BWBR0019290
Geldig vanaf 2006-01-01
Artikel 9
Besluit verplichte beroepspensioenregeling
1. Indien de rechthebbende gebruik wil maken van zijn recht op waardeoverdracht, dient hij binnen twee maanden na ontvangst van de opgave of voorlopige opgave, bedoeld in artikel 6, en, indien van toepassing, artikel 5, tweede lid, een verzoek tot waardeoverdracht in bij de overnemende pensioenuitvoerder.
2. Indien de rechthebbende gehuwd is, moet de echtgenoot verklaren in te stemmen met het verzoek tot waardeoverdracht met betrekking tot het nabestaandenpensioen.
3. Indien de echtgenoot niet instemt met het verzoek tot waardeoverdracht met betrekking tot het nabestaandenpensioen, is artikel 45 van de wethierop van overeenkomstige toepassing
2. Indien de rechthebbende gehuwd is, moet de echtgenoot verklaren in te stemmen met het verzoek tot waardeoverdracht met betrekking tot het nabestaandenpensioen.
3. Indien de echtgenoot niet instemt met het verzoek tot waardeoverdracht met betrekking tot het nabestaandenpensioen, is artikel 45 van de wethierop van overeenkomstige toepassing