BWBR0019257
Geldig vanaf 2005-12-23
Artikel 3
Regeling uitwerking uniforme beginselen gewasbeschermingsmiddelen
1. Van de maximaal toelaatbare concentratie, bedoeld in punt 2.5.1.2, onder i, onderdeel C, van Bijlage VI bij richtlijn 91/414/EEG, is sprake indien de concentratie gelijk is aan 0,1 µg/l bij toepassing van één van de volgende wijzen van beoordelen van de werkzame stof en de relevante reactie- en afbraakproducten van dat gewasbeschermingsmiddel:
a. een berekening met het model PEARL voor het FOCUS Kremsmünster scenario,
b. een berekening met het model GeoPEARL,
c. een toetsing aan metingen van concentraties in het bovenste grondwater,
d. een berekening voor de verzadigde zone, bepaald volgens een rekenvoorschrift waarbij wordt uitgegaan van een afbraak volgens de eerste orde kinetiek na 4 jaar op 10 meter diepte, of
e. een toetsing aan metingen van concentraties in het diepere grondwater op minimaal 10 meter beneden het maaiveld.
2. In afwijking van het eerste lid wordt bij het gebruik van een gewasbeschermingsmiddel in een grondwaterbeschermingsgebied de maximaal toelaatbare concentratie als bedoeld in punt 2.5.1.2, onder i, onderdeel C, van Bijlage VI bij richtlijn 91/414/EEG0,01 µg/l, tenzij met nadere gegevens wordt aangetoond dat ook in grondwaterbeschermingsgebieden de waarde van 0,1 µg/l niet wordt overschreden.
a. een berekening met het model PEARL voor het FOCUS Kremsmünster scenario,
b. een berekening met het model GeoPEARL,
c. een toetsing aan metingen van concentraties in het bovenste grondwater,
d. een berekening voor de verzadigde zone, bepaald volgens een rekenvoorschrift waarbij wordt uitgegaan van een afbraak volgens de eerste orde kinetiek na 4 jaar op 10 meter diepte, of
e. een toetsing aan metingen van concentraties in het diepere grondwater op minimaal 10 meter beneden het maaiveld.
2. In afwijking van het eerste lid wordt bij het gebruik van een gewasbeschermingsmiddel in een grondwaterbeschermingsgebied de maximaal toelaatbare concentratie als bedoeld in punt 2.5.1.2, onder i, onderdeel C, van Bijlage VI bij richtlijn 91/414/EEG0,01 µg/l, tenzij met nadere gegevens wordt aangetoond dat ook in grondwaterbeschermingsgebieden de waarde van 0,1 µg/l niet wordt overschreden.