BWBR0019251
Geldig vanaf 2005-12-22
Artikel 5
Instellingsbesluit evaluatiecommissie derde evaluatie van de Wet Bopz
1. Tot leden van de commissie worden benoemd:
a. de heer mr. dr. R.B.M. Keurentjes, tevens voorzitter;
b. de heer mr. drs. R.H. Zuijderhoudt;
c. de heer drs. J.R. van Veldhuizen;
d. de heer prof. dr. W. van Tilburg;
e. de heer mr. drs. T.P. Widdershoven;
f. mevrouw drs. L. Broekaar;
g. mevrouw drs. M. Luif;
h. de heer drs. M.H.J. Kaarsgaren;
i. de heer mr. J.G. Luiten;
j. mevrouw mr. G. Mintjes;
k. de heer prof. dr. mr. A.C. Hendriks.
2. Tot adviserende leden worden benoemd:
a. de heer drs. W.P.H. Brunenberg;
b. mevrouw mr. J.H. de Groot;
c. mevrouw mr. C.A. Grezel.
3. Indien één van de leden zijn werkzaamheden voor de commissie voortijdig beëindigt, kunnen de ministers een nieuw lid aanwijzen.
4. De leden kunnen zich niet laten vervangen.
5. Aan de commissie wordt secretariële en inhoudelijke ondersteuning beschikbaar gesteld.
a. de heer mr. dr. R.B.M. Keurentjes, tevens voorzitter;
b. de heer mr. drs. R.H. Zuijderhoudt;
c. de heer drs. J.R. van Veldhuizen;
d. de heer prof. dr. W. van Tilburg;
e. de heer mr. drs. T.P. Widdershoven;
f. mevrouw drs. L. Broekaar;
g. mevrouw drs. M. Luif;
h. de heer drs. M.H.J. Kaarsgaren;
i. de heer mr. J.G. Luiten;
j. mevrouw mr. G. Mintjes;
k. de heer prof. dr. mr. A.C. Hendriks.
2. Tot adviserende leden worden benoemd:
a. de heer drs. W.P.H. Brunenberg;
b. mevrouw mr. J.H. de Groot;
c. mevrouw mr. C.A. Grezel.
3. Indien één van de leden zijn werkzaamheden voor de commissie voortijdig beëindigt, kunnen de ministers een nieuw lid aanwijzen.
4. De leden kunnen zich niet laten vervangen.
5. Aan de commissie wordt secretariële en inhoudelijke ondersteuning beschikbaar gesteld.