BWBR0019228
Geldig vanaf 2006-01-01
Artikel 1
Warenwetregeling taakverdeling toezichthouders Warenwet voor levensmiddelen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. verordening (EG) 852/2004: verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (PbEU L 139 en L 226);
b. verordening (EG) 853/2004: verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PbEU L 139 en L 226);
c. NVWA: de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;
d. het COKZ: de stichting Controle Orgaan Kwaliteits Zaken;
e. primaire bedrijven: inrichtingen waarop bijlage I van verordening (EG) 852/2004 van toepassing is met uitzondering van zuivelinrichtingen en ei- en eiproducteninrichtingen;
f. zuivelinrichtingen: – inrichtingen waarop de voorschriften opgenomen in bijlage III, sectie IX, van verordening (EG) 853/2004 van toepassing zijn; of
– inrichtingen waar rauwe melk, colostrum, zuivelproducten of producten op basis van colostrum al dan niet geconditioneerd worden opgeslagen of verhandeld;
– inrichtingen waarop de voorschriften opgenomen in bijlage III, sectie IX, van verordening (EG) 853/2004 van toepassing zijn; of
– inrichtingen waar rauwe melk, colostrum, zuivelproducten of producten op basis van colostrum al dan niet geconditioneerd worden opgeslagen of verhandeld;
g. ei- en eiproducteninrichtingen: – inrichtingen waarop de voorschriften opgenomen in bijlage III, sectie X, van verordening (EG) 853/2004 van toepassing zijn; of
– inrichtingen waar eieren of eiproducten al dan niet geconditioneerd worden opgeslagen of verhandeld;
– inrichtingen waarop de voorschriften opgenomen in bijlage III, sectie X, van verordening (EG) 853/2004 van toepassing zijn; of
– inrichtingen waar eieren of eiproducten al dan niet geconditioneerd worden opgeslagen of verhandeld;
h. gemengde bedrijven: een combinatie van onder e, f of g bedoelde bedrijven.
a. verordening (EG) 852/2004: verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (PbEU L 139 en L 226);
b. verordening (EG) 853/2004: verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PbEU L 139 en L 226);
c. NVWA: de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;
d. het COKZ: de stichting Controle Orgaan Kwaliteits Zaken;
e. primaire bedrijven: inrichtingen waarop bijlage I van verordening (EG) 852/2004 van toepassing is met uitzondering van zuivelinrichtingen en ei- en eiproducteninrichtingen;
f. zuivelinrichtingen: – inrichtingen waarop de voorschriften opgenomen in bijlage III, sectie IX, van verordening (EG) 853/2004 van toepassing zijn; of
– inrichtingen waar rauwe melk, colostrum, zuivelproducten of producten op basis van colostrum al dan niet geconditioneerd worden opgeslagen of verhandeld;
– inrichtingen waarop de voorschriften opgenomen in bijlage III, sectie IX, van verordening (EG) 853/2004 van toepassing zijn; of
– inrichtingen waar rauwe melk, colostrum, zuivelproducten of producten op basis van colostrum al dan niet geconditioneerd worden opgeslagen of verhandeld;
g. ei- en eiproducteninrichtingen: – inrichtingen waarop de voorschriften opgenomen in bijlage III, sectie X, van verordening (EG) 853/2004 van toepassing zijn; of
– inrichtingen waar eieren of eiproducten al dan niet geconditioneerd worden opgeslagen of verhandeld;
– inrichtingen waarop de voorschriften opgenomen in bijlage III, sectie X, van verordening (EG) 853/2004 van toepassing zijn; of
– inrichtingen waar eieren of eiproducten al dan niet geconditioneerd worden opgeslagen of verhandeld;
h. gemengde bedrijven: een combinatie van onder e, f of g bedoelde bedrijven.