BWBR0019151
Geldig vanaf 2005-12-21
Artikel 4
Regeling aanpassing bedragen landelijke gemiddelde personeelslast schooljaar 2004–2005 en 2005–2006
1. Voor de directie bedraagt per 1 augustus 2005 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats:
a. € 74.164,28 voor schoolsoortgroep 1;
b. € 88.515,67 voor schoolsoortgroep 2;
c. € 87.570,85 voor schoolsoortgroep 3; en
d. € 85.063,32 voor schoolsoortgroep 4.
2. De landelijke gemiddelde personeelslast voor de leraren wordt per school bepaald volgens de formule: cf x ggl +c.
3. In de formule, genoemd in het tweede lid staat:
a. ‘cf’ voor de coëfficiënt van de schoolsoortgroep waartoe de school behoort, die per 1 augustus 2005 is vastgesteld op: 1°. € 1.193,65 voor schoolsoortgroep 1;
2°. € 1.652,12 voor schoolsoortgroep 2;
3°. € 1.421,98 voor schoolsoortgroep 3; en
4°. € 1.255,57 voor schoolsoortgroep 4;
1°. € 1.193,65 voor schoolsoortgroep 1;
2°. € 1.652,12 voor schoolsoortgroep 2;
3°. € 1.421,98 voor schoolsoortgroep 3; en
4°. € 1.255,57 voor schoolsoortgroep 4;
b. ‘ggl’ voor de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren als bedoeld in de regeling gewogen gemiddelde leeftijd van 27 februari 1998, VO/FB/1998/7449 (Gele katern 1998, 7) en in de regeling gewogen gemiddelde leeftijd per schoolsoortgroep (ggls) schooljaar 1998–1999 en een aanpassingsmodel landelijke gemiddelde personeelslasten (lgpl-leraren) van 10 augustus 1998, VO/FB/1998/30920 (Gele katern 1998, 18); en
c. ‘c’ voor de vaste voet van de schoolsoortgroep waartoe de school behoort, die per 1 augustus 2005 is vastgesteld op: 1°. € 11.950,25 voor schoolsoortgroep 1;
2°. € 1.893,21 voor schoolsoortgroep 2;
3°. € 8.545,04 voor schoolsoortgroep 3; en
4°. € 11.112,10 voor schoolsoortgroep 4.
1°. € 11.950,25 voor schoolsoortgroep 1;
2°. € 1.893,21 voor schoolsoortgroep 2;
3°. € 8.545,04 voor schoolsoortgroep 3; en
4°. € 11.112,10 voor schoolsoortgroep 4.
4. Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt per 1 augustus 2005 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats € 38.883,91, ongeacht de schoolsoortgroep.
a. € 74.164,28 voor schoolsoortgroep 1;
b. € 88.515,67 voor schoolsoortgroep 2;
c. € 87.570,85 voor schoolsoortgroep 3; en
d. € 85.063,32 voor schoolsoortgroep 4.
2. De landelijke gemiddelde personeelslast voor de leraren wordt per school bepaald volgens de formule: cf x ggl +c.
3. In de formule, genoemd in het tweede lid staat:
a. ‘cf’ voor de coëfficiënt van de schoolsoortgroep waartoe de school behoort, die per 1 augustus 2005 is vastgesteld op: 1°. € 1.193,65 voor schoolsoortgroep 1;
2°. € 1.652,12 voor schoolsoortgroep 2;
3°. € 1.421,98 voor schoolsoortgroep 3; en
4°. € 1.255,57 voor schoolsoortgroep 4;
1°. € 1.193,65 voor schoolsoortgroep 1;
2°. € 1.652,12 voor schoolsoortgroep 2;
3°. € 1.421,98 voor schoolsoortgroep 3; en
4°. € 1.255,57 voor schoolsoortgroep 4;
b. ‘ggl’ voor de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren als bedoeld in de regeling gewogen gemiddelde leeftijd van 27 februari 1998, VO/FB/1998/7449 (Gele katern 1998, 7) en in de regeling gewogen gemiddelde leeftijd per schoolsoortgroep (ggls) schooljaar 1998–1999 en een aanpassingsmodel landelijke gemiddelde personeelslasten (lgpl-leraren) van 10 augustus 1998, VO/FB/1998/30920 (Gele katern 1998, 18); en
c. ‘c’ voor de vaste voet van de schoolsoortgroep waartoe de school behoort, die per 1 augustus 2005 is vastgesteld op: 1°. € 11.950,25 voor schoolsoortgroep 1;
2°. € 1.893,21 voor schoolsoortgroep 2;
3°. € 8.545,04 voor schoolsoortgroep 3; en
4°. € 11.112,10 voor schoolsoortgroep 4.
1°. € 11.950,25 voor schoolsoortgroep 1;
2°. € 1.893,21 voor schoolsoortgroep 2;
3°. € 8.545,04 voor schoolsoortgroep 3; en
4°. € 11.112,10 voor schoolsoortgroep 4.
4. Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt per 1 augustus 2005 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats € 38.883,91, ongeacht de schoolsoortgroep.