BWBR0019143
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 3
Besluit samenwerking VO-BVE
1. Het bevoegd gezag van een school kan de volgende leerlingen in de gelegenheid stellen in het kader van het onderwijs waarvoor zij aan de school zijn ingeschreven, deel te nemen aan een opleiding VAVO en die opleiding met een examen af te sluiten:
a. leerlingen van 16 en 17 jaar die naar het oordeel van het bevoegd gezag een grotere kans hebben een diploma of volgend diploma als bedoeld in artikel 29, derde lid, van de WVO te behalen indien zij VAVO volgen in plaats van voortgezet onderwijs;
b. leerlingen van 18 jaar of ouder die ononderbroken in het voortgezet onderwijs of daarmee op grond van de Leerplichtwet 1969 gelijkgesteld onderwijs ingeschreven zijn geweest en die naar het oordeel van het bevoegd gezag een grotere kans hebben om een diploma of volgend diploma als bedoeld in artikel 29, derde lid, van de WVO te behalen indien zij VAVO volgen in plaats van voortgezet onderwijs;
c. leerlingen van 16 en 17 jaar, die naar het oordeel van het bevoegd gezag grotere kans krijgen om vervolgonderwijs met gunstig resultaat te volgen door, aansluitend op hun met goed gevolg afgelegd eindexamen van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, het hoger algemeen voortgezet onderwijs of het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs in de theoretische of gemengde leerweg, aan het VAVO onderwijs te volgen en examen te doen in een of meerdere vakken op het niveau van de schoolsoort of leerweg waarin zij reeds met goed gevolg eindexamen hebben afgelegd.
2. Het eerste lid, aanhef en onder b, vindt ten aanzien van de daar bedoelde leerlingen toepassing voor ten hoogste de periode van de resterende cursusduur van de opleiding waarvoor zij aan de school zijn ingeschreven, vermeerderd met een jaar.
3. Het eerste lid, aanhef en onder c, vindt ten aanzien van de daar bedoelde leerlingen toepassing voor ten hoogste een schooljaar.
a. leerlingen van 16 en 17 jaar die naar het oordeel van het bevoegd gezag een grotere kans hebben een diploma of volgend diploma als bedoeld in artikel 29, derde lid, van de WVO te behalen indien zij VAVO volgen in plaats van voortgezet onderwijs;
b. leerlingen van 18 jaar of ouder die ononderbroken in het voortgezet onderwijs of daarmee op grond van de Leerplichtwet 1969 gelijkgesteld onderwijs ingeschreven zijn geweest en die naar het oordeel van het bevoegd gezag een grotere kans hebben om een diploma of volgend diploma als bedoeld in artikel 29, derde lid, van de WVO te behalen indien zij VAVO volgen in plaats van voortgezet onderwijs;
c. leerlingen van 16 en 17 jaar, die naar het oordeel van het bevoegd gezag grotere kans krijgen om vervolgonderwijs met gunstig resultaat te volgen door, aansluitend op hun met goed gevolg afgelegd eindexamen van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, het hoger algemeen voortgezet onderwijs of het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs in de theoretische of gemengde leerweg, aan het VAVO onderwijs te volgen en examen te doen in een of meerdere vakken op het niveau van de schoolsoort of leerweg waarin zij reeds met goed gevolg eindexamen hebben afgelegd.
2. Het eerste lid, aanhef en onder b, vindt ten aanzien van de daar bedoelde leerlingen toepassing voor ten hoogste de periode van de resterende cursusduur van de opleiding waarvoor zij aan de school zijn ingeschreven, vermeerderd met een jaar.
3. Het eerste lid, aanhef en onder c, vindt ten aanzien van de daar bedoelde leerlingen toepassing voor ten hoogste een schooljaar.