BWBR0019139
Geldig vanaf 2005-12-01
Artikel 7
Reglement politieregister Xpol KLPD
1. In aanvulling op de in artikel 6 eerste lid, genoemde gegevens worden omtrent de in artikel 5, onder a, b, d en e, genoemde categorieën van personen gegevens opgenomen betreffende hun ras voor zover dit onvermijdelijk is:
a. met het oog op hun identificatie;
b. voor de juiste beoordeling van een strafbaar feit en zulk een gegeven het slachtoffer of de motieven van de dader van dat feit betreft;
c. met het oog op de verlening van hulp door de politie.
2. In aanvulling op de in artikel 6, eerste lid, genoemde gegevens worden omtrent de in artikel 5, onder a, b, d en e, genoemde categorieën van personen gegevens opgenomen betreffende hun godsdienst of levensovertuiging, politieke gezindheid, seksualiteit en intiem levensgedrag voor zover dit onvermijdelijk is:
a. voor de juiste beoordeling van een strafbaar feit en zulk een gegeven het slachtoffer of de motieven van de dader van dat feit betreft;
b. met het oog op de verlening van hulp door de politie;
c. met het oog op de verzorging en bejegening in geval van vrijheidsbeneming.
3. In aanvulling op de in artikel 6, eerste lid, genoemde gegevens worden omtrent de in artikel 5, onder a, b, d en egenoemde categorieën van personen gegevens opgenomen betreffende hun medische en psychologische kenmerken voor zover dit onvermijdelijk is:
a. met het oog op hun identificatie;
b. voor de juiste beoordeling van een strafbaar feit en zulk een gegeven het slachtoffer of de motieven van de dader van dat feit betreft;
c. met het oog op de verlening van hulp door de politie;
d. met het oog op de verzorging en bejegening in geval van vrijheidsbeneming;
e. ter afwering van dreigend gevaar voor leven of gezondheid van politieambtenaren en overige bij de directe uitoefening van de politietaak betrokkenen.
a. met het oog op hun identificatie;
b. voor de juiste beoordeling van een strafbaar feit en zulk een gegeven het slachtoffer of de motieven van de dader van dat feit betreft;
c. met het oog op de verlening van hulp door de politie.
2. In aanvulling op de in artikel 6, eerste lid, genoemde gegevens worden omtrent de in artikel 5, onder a, b, d en e, genoemde categorieën van personen gegevens opgenomen betreffende hun godsdienst of levensovertuiging, politieke gezindheid, seksualiteit en intiem levensgedrag voor zover dit onvermijdelijk is:
a. voor de juiste beoordeling van een strafbaar feit en zulk een gegeven het slachtoffer of de motieven van de dader van dat feit betreft;
b. met het oog op de verlening van hulp door de politie;
c. met het oog op de verzorging en bejegening in geval van vrijheidsbeneming.
3. In aanvulling op de in artikel 6, eerste lid, genoemde gegevens worden omtrent de in artikel 5, onder a, b, d en egenoemde categorieën van personen gegevens opgenomen betreffende hun medische en psychologische kenmerken voor zover dit onvermijdelijk is:
a. met het oog op hun identificatie;
b. voor de juiste beoordeling van een strafbaar feit en zulk een gegeven het slachtoffer of de motieven van de dader van dat feit betreft;
c. met het oog op de verlening van hulp door de politie;
d. met het oog op de verzorging en bejegening in geval van vrijheidsbeneming;
e. ter afwering van dreigend gevaar voor leven of gezondheid van politieambtenaren en overige bij de directe uitoefening van de politietaak betrokkenen.