1. Het tarief van de provisie, bedoeld in
artikel 11, eerste lid, van het Besluit borgstelling scheepsnieuwbouwbedraagt jaarlijks tussen de 0,8 procent en de 1,5 procent van het bedrag dat op enig moment gedurende de bouw van een schip op basis van een kredietovereenkomst daadwerkelijk door een scheepswerf in krediet is opgenomen.
2. De Minister van Economische Zaken bepaalt in de beschikking tot verlening van borgstelling als bedoeld in
artikel 6, tweede lid, van het Besluit borgstelling scheepsnieuwbouw, het tarief per individuele borgstelling.
3. Het tarief, bedoeld in het tweede lid, wordt zodanig vastgesteld dat het marktconform is en de provisie ten minste de administratiekosten dekt.