BWBR0019119
Geldig vanaf 2005-12-22
Artikel 3
Regeling inburgering oudkomers G25 2006
1. Indien een gemeente in aanmerking wenst te komen voor verlening van een bijdrage, dient het college binnen zes weken na inwerkingtreding van deze regeling een aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van de prognose.
2. De Minister beoordeelt alle ingediende aanvragen gezamenlijk en verleent per aanvraag voorschotten op de bijdrage. Het voorschot met betrekking tot de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2006 wordt vastgesteld aan de hand van de in het derde lid genoemde verdeelsleutel. Het voorschot met betrekking tot de periode van 1 juli tot en met 31 december 2006 wordt ambtshalve vastgesteld.
3. Het voorschot met betrekking tot de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2006 wordt per gemeente met inachtneming van de prognose en de in bijlage 1bij die gemeente genoemde indicatieve bijdrage als volgt vastgesteld:
a. indien de prognose overeenkomt met het in bijlage 1 bij die gemeente genoemde aantal oudkomers, is het voorschot met betrekking tot de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2006 gelijk aan de in bijlage 1 bij die gemeente genoemde indicatieve bijdrage;
b. indien de prognose lager is dan het in bijlage 1 bij die gemeente genoemde aantal oudkomers, is het voorschot met betrekking tot de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2006 gelijk aan de naar evenredigheid verlaagde in bijlage 1 bij die gemeente genoemde indicatieve bijdrage;
c. indien de prognose hoger is dan het in de bijlage bij die gemeente genoemde aantal oudkomers, is het voorschot met betrekking tot de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2006 gelijk aan: 1°. de naar evenredigheid verhoogde in bijlage 1 bij die gemeente genoemde indicatieve bijdrage indien het budget toereikend is;
2°. de in bijlage 1 genoemde indicatieve bijdrage, vermeerderd met een aanvullend bedrag indien het budget niet toereikend is; de hoogte van dit aanvullende bedrag is afhankelijk van de verdeling van de nog uit het budget resterende middelen naar evenredigheid van het totaal aantal oudkomers, genoemd in bijlage 1.
1°. de naar evenredigheid verhoogde in bijlage 1 bij die gemeente genoemde indicatieve bijdrage indien het budget toereikend is;
2°. de in bijlage 1 genoemde indicatieve bijdrage, vermeerderd met een aanvullend bedrag indien het budget niet toereikend is; de hoogte van dit aanvullende bedrag is afhankelijk van de verdeling van de nog uit het budget resterende middelen naar evenredigheid van het totaal aantal oudkomers, genoemd in bijlage 1.
4. De beschikking tot verlening van het voorschot met betrekking tot de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2006 wordt binnen tien weken na inwerkingtreding van deze regeling aan het college bekendgemaakt.
5. De beschikking tot verlening van het voorschot met betrekking tot de periode van 1 juli tot en met 31 december 2006 wordt voor 1 juli 2006 aan het college bekendgemaakt.
2. De Minister beoordeelt alle ingediende aanvragen gezamenlijk en verleent per aanvraag voorschotten op de bijdrage. Het voorschot met betrekking tot de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2006 wordt vastgesteld aan de hand van de in het derde lid genoemde verdeelsleutel. Het voorschot met betrekking tot de periode van 1 juli tot en met 31 december 2006 wordt ambtshalve vastgesteld.
3. Het voorschot met betrekking tot de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2006 wordt per gemeente met inachtneming van de prognose en de in bijlage 1bij die gemeente genoemde indicatieve bijdrage als volgt vastgesteld:
a. indien de prognose overeenkomt met het in bijlage 1 bij die gemeente genoemde aantal oudkomers, is het voorschot met betrekking tot de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2006 gelijk aan de in bijlage 1 bij die gemeente genoemde indicatieve bijdrage;
b. indien de prognose lager is dan het in bijlage 1 bij die gemeente genoemde aantal oudkomers, is het voorschot met betrekking tot de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2006 gelijk aan de naar evenredigheid verlaagde in bijlage 1 bij die gemeente genoemde indicatieve bijdrage;
c. indien de prognose hoger is dan het in de bijlage bij die gemeente genoemde aantal oudkomers, is het voorschot met betrekking tot de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2006 gelijk aan: 1°. de naar evenredigheid verhoogde in bijlage 1 bij die gemeente genoemde indicatieve bijdrage indien het budget toereikend is;
2°. de in bijlage 1 genoemde indicatieve bijdrage, vermeerderd met een aanvullend bedrag indien het budget niet toereikend is; de hoogte van dit aanvullende bedrag is afhankelijk van de verdeling van de nog uit het budget resterende middelen naar evenredigheid van het totaal aantal oudkomers, genoemd in bijlage 1.
1°. de naar evenredigheid verhoogde in bijlage 1 bij die gemeente genoemde indicatieve bijdrage indien het budget toereikend is;
2°. de in bijlage 1 genoemde indicatieve bijdrage, vermeerderd met een aanvullend bedrag indien het budget niet toereikend is; de hoogte van dit aanvullende bedrag is afhankelijk van de verdeling van de nog uit het budget resterende middelen naar evenredigheid van het totaal aantal oudkomers, genoemd in bijlage 1.
4. De beschikking tot verlening van het voorschot met betrekking tot de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2006 wordt binnen tien weken na inwerkingtreding van deze regeling aan het college bekendgemaakt.
5. De beschikking tot verlening van het voorschot met betrekking tot de periode van 1 juli tot en met 31 december 2006 wordt voor 1 juli 2006 aan het college bekendgemaakt.