BWBR0019064
Geldig vanaf 2005-11-26
Artikel 8
Regeling vernieuwende projecten doorlopende leerlijnen vmbo/mbo
1. Een projectplan als bedoeld in artikel 7, vijfde lid, kan alleen worden ingediend door de bevoegde gezagsorganen van een of meer vmbo-scholen en een of meer ROC’s of een AOC waarvan het project is geselecteerd volgens de procedure van artikel 7.
2. Een volledig uitgewerkt projectplan met verzoek om subsidie wordt binnen 6 weken na bekendmaking van de selectie ingediend bij Het Platform Beroepsonderwijs.
3. Bij het projectplan is gevoegd een door de bevoegde gezagsorganen van een of meer vmbo-scholen en van een of meer ROC’s of AOC’s ondertekende samenwerkingsovereenkomst die in overeenstemming is met deze regeling.
4. In deze samenwerkingsovereenkomst zijn uitgewerkte en concrete, zoveel mogelijk gekwantificeerde afspraken gemaakt over:
a. te behalen substantiële resultaten ten tijde van en aan het eind van het project in relatie tot de specifieke situatie van de scholen voor vmbo of ROC’s of AOC, welke resultaten omvatten: 1°. vermindering van de voortijdige schooluitval met ten minste 50% ten opzichte van de nulmeting,
2°. toename van het aantal leerlingen die een diploma op een hoger niveau behalen,
3°. toename van maatwerk voor en motivatie alsmede tevredenheid van leerlingen, en
4°. efficiëntere leerroutes, door het voorkomen van overlap en door het bekorten van de totale leerweg in de integrale leerlijn vmbo/mbo;
1°. vermindering van de voortijdige schooluitval met ten minste 50% ten opzichte van de nulmeting,
2°. toename van het aantal leerlingen die een diploma op een hoger niveau behalen,
3°. toename van maatwerk voor en motivatie alsmede tevredenheid van leerlingen, en
4°. efficiëntere leerroutes, door het voorkomen van overlap en door het bekorten van de totale leerweg in de integrale leerlijn vmbo/mbo;
b. welke afdelingen in het vmbo en opleidingen in het mbo het betreft en de manier waarop de integrale afstemming wordt vormgegeven, zowel programmatisch, pedagogisch-didactisch als wat begeleiding en zorg betreft, en ten aanzien van het praktijkdeel;
c. het aantal betrokken leerlingen en welke resultaten voor welke groep leerlingen gelden;
d. hoe wordt omgegaan met risicoleerlingen en welke resultaten voor deze groep worden behaald;
e. een nulmeting door de deelnemers ten aanzien van de onder a genoemde resultaatsgebieden, waarbij voor de vermindering van de voortijdig schooluitval het schooljaar 2004/2005 als basis dient; tussenrapportages, eindrapportage en verantwoording;
f. de betrokkenheid en bijdrage van het bedrijfsleven, kenniscentra beroepsonderwijs en bedrijfsleven en andere relevante partners in de regio;
g. onderwijsprogramma’s, in samenwerking met de relevante kenniscentra beroepsonderwijs en bedrijfsleven, de activiteiten die worden ondernomen en het tijdstip waarop die activiteiten zijn afgerond;
h. hoe de samenwerking voor de diverse betrokken deelnemers aansluit op al in hun organisaties of instellingen in gang gezette ontwikkelingen ten aanzien van de aansluiting en samenwerking vmbo/mbo, het bedrijfsleven en andere partners;
i. een zodanige ondersteuning van het project dat de uitvoerbaarheid en realisatie van de doelstellingen zijn gewaarborgd;
j. een duidelijke samenhang met het project ‘het groene leertraject’ wat de sector landbouw in het vmbo betreft.
5. Bij de indiening van het projectplan kan het bevoegd gezag van een vmbo-school aangeven dat voor de uitvoering van het project de inrichtingsvoorschriften van de Wet op het voortgezet onderwijs onvoldoende mogelijkheden bieden.
2. Een volledig uitgewerkt projectplan met verzoek om subsidie wordt binnen 6 weken na bekendmaking van de selectie ingediend bij Het Platform Beroepsonderwijs.
3. Bij het projectplan is gevoegd een door de bevoegde gezagsorganen van een of meer vmbo-scholen en van een of meer ROC’s of AOC’s ondertekende samenwerkingsovereenkomst die in overeenstemming is met deze regeling.
4. In deze samenwerkingsovereenkomst zijn uitgewerkte en concrete, zoveel mogelijk gekwantificeerde afspraken gemaakt over:
a. te behalen substantiële resultaten ten tijde van en aan het eind van het project in relatie tot de specifieke situatie van de scholen voor vmbo of ROC’s of AOC, welke resultaten omvatten: 1°. vermindering van de voortijdige schooluitval met ten minste 50% ten opzichte van de nulmeting,
2°. toename van het aantal leerlingen die een diploma op een hoger niveau behalen,
3°. toename van maatwerk voor en motivatie alsmede tevredenheid van leerlingen, en
4°. efficiëntere leerroutes, door het voorkomen van overlap en door het bekorten van de totale leerweg in de integrale leerlijn vmbo/mbo;
1°. vermindering van de voortijdige schooluitval met ten minste 50% ten opzichte van de nulmeting,
2°. toename van het aantal leerlingen die een diploma op een hoger niveau behalen,
3°. toename van maatwerk voor en motivatie alsmede tevredenheid van leerlingen, en
4°. efficiëntere leerroutes, door het voorkomen van overlap en door het bekorten van de totale leerweg in de integrale leerlijn vmbo/mbo;
b. welke afdelingen in het vmbo en opleidingen in het mbo het betreft en de manier waarop de integrale afstemming wordt vormgegeven, zowel programmatisch, pedagogisch-didactisch als wat begeleiding en zorg betreft, en ten aanzien van het praktijkdeel;
c. het aantal betrokken leerlingen en welke resultaten voor welke groep leerlingen gelden;
d. hoe wordt omgegaan met risicoleerlingen en welke resultaten voor deze groep worden behaald;
e. een nulmeting door de deelnemers ten aanzien van de onder a genoemde resultaatsgebieden, waarbij voor de vermindering van de voortijdig schooluitval het schooljaar 2004/2005 als basis dient; tussenrapportages, eindrapportage en verantwoording;
f. de betrokkenheid en bijdrage van het bedrijfsleven, kenniscentra beroepsonderwijs en bedrijfsleven en andere relevante partners in de regio;
g. onderwijsprogramma’s, in samenwerking met de relevante kenniscentra beroepsonderwijs en bedrijfsleven, de activiteiten die worden ondernomen en het tijdstip waarop die activiteiten zijn afgerond;
h. hoe de samenwerking voor de diverse betrokken deelnemers aansluit op al in hun organisaties of instellingen in gang gezette ontwikkelingen ten aanzien van de aansluiting en samenwerking vmbo/mbo, het bedrijfsleven en andere partners;
i. een zodanige ondersteuning van het project dat de uitvoerbaarheid en realisatie van de doelstellingen zijn gewaarborgd;
j. een duidelijke samenhang met het project ‘het groene leertraject’ wat de sector landbouw in het vmbo betreft.
5. Bij de indiening van het projectplan kan het bevoegd gezag van een vmbo-school aangeven dat voor de uitvoering van het project de inrichtingsvoorschriften van de Wet op het voortgezet onderwijs onvoldoende mogelijkheden bieden.