BWBR0019060
Geldig vanaf 2006-01-01
Artikel 15
Instellingsbesluit Voorbereidingscommissie Ronde Tafel Conferenties
1. De vergoeding voor de reis- en verblijfkosten van een lid, waarnemer, secretaris of adjunct-secretaris van de commissie en de werkgroepen komt ten laste van het land of het eilandgebied dat het lid, de waarnemer, secretaris of adjunct-secretaris heeft aangewezen.
2. De vergoeding bedoeld in het eerste lid, geschiedt op voet van de in de desbetreffende landen of eilandgebieden geldende regelingen voor ambtenaren.
3. In het geval de commissie in Nederland vergadert komt, in afwijking van het eerste lid, de vergoeding voor de reis- en verblijfkosten ten behoeve van deze vergadering van de leden en de secretarissen van de commissie ten laste van Nederland. Deze vergoeding geschiedt, in afwijking van het tweede lid, op voet van de in Nederland geldende regeling voor ambtenaren.
4. De vergoeding voor de reis- en verblijfkosten van de door het Koninkrijk aangewezen algemeen secretaris, komt ten laste van Nederland en geschiedt op voet van de in Nederland geldende regeling voor ambtenaren.
5. De vergoeding voor de werkzaamheden en voor de reis- en verblijfkosten van de deskundigen bedoeld in artikel 7, vierde lid, komt ten laste van Nederland en geschiedt op voet van de gebruikelijke tarieven en voorschriften.
6. De vergaderkosten van de commissie en de werkgroepen komen voor de helft ten laste van Nederland en voor de andere helft ten laste van het land waar de vergadering plaatsvindt.
7. Voorzover de kosten door Nederland worden gedragen, worden zij ten laste gebracht van Hoofdstuk IV van de Rijksbegroting.
2. De vergoeding bedoeld in het eerste lid, geschiedt op voet van de in de desbetreffende landen of eilandgebieden geldende regelingen voor ambtenaren.
3. In het geval de commissie in Nederland vergadert komt, in afwijking van het eerste lid, de vergoeding voor de reis- en verblijfkosten ten behoeve van deze vergadering van de leden en de secretarissen van de commissie ten laste van Nederland. Deze vergoeding geschiedt, in afwijking van het tweede lid, op voet van de in Nederland geldende regeling voor ambtenaren.
4. De vergoeding voor de reis- en verblijfkosten van de door het Koninkrijk aangewezen algemeen secretaris, komt ten laste van Nederland en geschiedt op voet van de in Nederland geldende regeling voor ambtenaren.
5. De vergoeding voor de werkzaamheden en voor de reis- en verblijfkosten van de deskundigen bedoeld in artikel 7, vierde lid, komt ten laste van Nederland en geschiedt op voet van de gebruikelijke tarieven en voorschriften.
6. De vergaderkosten van de commissie en de werkgroepen komen voor de helft ten laste van Nederland en voor de andere helft ten laste van het land waar de vergadering plaatsvindt.
7. Voorzover de kosten door Nederland worden gedragen, worden zij ten laste gebracht van Hoofdstuk IV van de Rijksbegroting.