BWBR0019057
Geldig vanaf 2014-06-04
Artikel 96
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
1. Het UWV verrekent de bestuurlijke boete en een eerdere bestuurlijke boete wegens eenzelfde gedraging als bedoeld in artikel 91, vijfde lid, met een uitkering op grond van deze wet, de <a href="/wet/BWBR0004045" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Werkloosheidswet</a>, de <a href="/wet/BWBR0001888" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Ziektewet</a>, de <a href="/wet/BWBR0008656" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen</a>, de <a href="/wet/BWBR0008657" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten</a>, de <a href="/wet/BWBR0002822" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen</a>, de <a href="/wet/BWBR0024394" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet inkomensvoorziening oudere werklozen</a>, de <a href="/wet/BWBR0013008" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet arbeid en zorg</a>of een toeslag op grond van de <a href="/wet/BWBR0004043" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Toeslagenwet</a>, die de persoon aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd ontvangt.
2. Onverminderd het eerste lid kan het UWV de bestuurlijke boete verrekenen met een vordering die degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd op hem heeft.
3. De Sociale verzekeringsbank onderscheidenlijk de gemeente betaalt het bedrag van de bestuurlijke boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is, op zijn verzoek aan het UWV indien de persoon aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd een uitkering ontvangt op grond van de <a href="/wet/BWBR0002221" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Algemene Ouderdomswet</a>, de <a href="/wet/BWBR0007795" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Algemene nabestaandenwet</a>, de <a href="/wet/BWBR0015703" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Participatiewet</a>, de <a href="/wet/BWBR0004044" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers</a>of de <a href="/wet/BWBR0004163" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen</a>.
4. De in <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/479g" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 479g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>aan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan het UWV. Indien het UWV gebruik maakt van deze bevoegdheid, geschiedt de bekendmaking van het dwangbevel, in afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/4:123" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4:123, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>, door middel van toezending per post aan de persoon aan wie de boete is opgelegd.
5. Zolang de verzekerde of zijn wettelijke vertegenwoordiger zijn verplichting, bedoeld in artikel 91, negende lid, niet of niet behoorlijk nakomt:
a. is het UWV in afwijking van artikel 4:93, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht bevoegd tot verrekening van de bestuurlijke boete voor zover beslag op de vordering van de schuldeiser nietig zou zijn;
b. geldt de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in afwijking van artikel 4:116 van de Algemene wet bestuursrecht, niet bij de invordering van een bestuurlijke boete bij dwangbevel.
2. Onverminderd het eerste lid kan het UWV de bestuurlijke boete verrekenen met een vordering die degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd op hem heeft.
3. De Sociale verzekeringsbank onderscheidenlijk de gemeente betaalt het bedrag van de bestuurlijke boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is, op zijn verzoek aan het UWV indien de persoon aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd een uitkering ontvangt op grond van de <a href="/wet/BWBR0002221" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Algemene Ouderdomswet</a>, de <a href="/wet/BWBR0007795" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Algemene nabestaandenwet</a>, de <a href="/wet/BWBR0015703" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Participatiewet</a>, de <a href="/wet/BWBR0004044" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers</a>of de <a href="/wet/BWBR0004163" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen</a>.
4. De in <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/479g" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 479g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>aan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan het UWV. Indien het UWV gebruik maakt van deze bevoegdheid, geschiedt de bekendmaking van het dwangbevel, in afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/4:123" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4:123, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>, door middel van toezending per post aan de persoon aan wie de boete is opgelegd.
5. Zolang de verzekerde of zijn wettelijke vertegenwoordiger zijn verplichting, bedoeld in artikel 91, negende lid, niet of niet behoorlijk nakomt:
a. is het UWV in afwijking van artikel 4:93, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht bevoegd tot verrekening van de bestuurlijke boete voor zover beslag op de vordering van de schuldeiser nietig zou zijn;
b. geldt de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in afwijking van artikel 4:116 van de Algemene wet bestuursrecht, niet bij de invordering van een bestuurlijke boete bij dwangbevel.