BWBR0019048
Geldig vanaf 2018-10-04
Artikel 5
Vrijstellingsregeling plantenresten
Heideplagsel en maaisel als bedoeld in artikel 2, onder c, wordt uitsluitend op of in de bodem gebracht indien:
a. dit geschiedt: 1°. binnen het natuurgebied waar het heideplagsel of maaisel is vrijgekomen, of
2°. in gevallen waarin het natuurgebied niet geschikt is: op een ander perceel dat ligt binnen een afstand van maximaal vijf kilometer van de rand van het natuurgebied waar het heideplagsel of maaisel is vrijgekomen,
1°. binnen het natuurgebied waar het heideplagsel of maaisel is vrijgekomen, of
2°. in gevallen waarin het natuurgebied niet geschikt is: op een ander perceel dat ligt binnen een afstand van maximaal vijf kilometer van de rand van het natuurgebied waar het heideplagsel of maaisel is vrijgekomen,
b. sprake is van schoon en onverdacht heideplagsel en maaisel,
c. de hoeveelheid die op of in de bodem wordt gebracht, uit oogpunt van goede landbouwpraktijk of goed natuurbeheer, in evenwichtige verhouding staat tot het oppervlak van het ontvangende perceel, en
d. het heideplagsel of maaisel gelijkmatig wordt verspreid over het ontvangende perceel en dit niet significant bijdraagt aan de verspreiding van nutriënten en zware metalen.
a. dit geschiedt: 1°. binnen het natuurgebied waar het heideplagsel of maaisel is vrijgekomen, of
2°. in gevallen waarin het natuurgebied niet geschikt is: op een ander perceel dat ligt binnen een afstand van maximaal vijf kilometer van de rand van het natuurgebied waar het heideplagsel of maaisel is vrijgekomen,
1°. binnen het natuurgebied waar het heideplagsel of maaisel is vrijgekomen, of
2°. in gevallen waarin het natuurgebied niet geschikt is: op een ander perceel dat ligt binnen een afstand van maximaal vijf kilometer van de rand van het natuurgebied waar het heideplagsel of maaisel is vrijgekomen,
b. sprake is van schoon en onverdacht heideplagsel en maaisel,
c. de hoeveelheid die op of in de bodem wordt gebracht, uit oogpunt van goede landbouwpraktijk of goed natuurbeheer, in evenwichtige verhouding staat tot het oppervlak van het ontvangende perceel, en
d. het heideplagsel of maaisel gelijkmatig wordt verspreid over het ontvangende perceel en dit niet significant bijdraagt aan de verspreiding van nutriënten en zware metalen.