BWBR0018996
Geldig vanaf 2005-11-13
Artikel 3
Mandaatbesluit LNV Voedsel en Waren Autoriteit 2005
De inspecteur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit, de directeur en de plaatsvervangend directeur van de Voedsel en Waren Autoriteit, onderdeel Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees wordt mandaat verleend om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te besluiten en stukken te ondertekenen betreffende:
a. het verlenen van erkenningen en registraties als bedoeld in artikel 10 van de Kaderwet diervoeders;
b. het schorsen en intrekken, onderscheidenlijk doorhalen van erkenningen of registraties als bedoeld in artikel 14 van de Kaderwet diervoeders;
c. het treffen van maatregelen als bedoeld in artikel 26, eerste lid en zesde lid, van de Kaderwet diervoeders, voor zover de maatregelen voor een of meer afzonderlijke zendingen of partijen zijn voorgeschreven;
d. het treffen van maatregelen als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de Kaderwet diervoeders, voor zover de maatregelen voor een of meer afzonderlijke zendingen of partijen zijn voorgeschreven;
e. het treffen van maatregelen als bedoeld in artikel 28, eerste lid, en het derde tot en met het zevende lid, van de Kaderwet diervoeders voor zover de maatregelen voor een of meer afzonderlijke bedrijven zijn voorgeschreven;
f. het toepassen van bestuursdwang als bedoeld in artikel 30 van de Kaderwet diervoeders;
g. het verlenen van goedkeuring en erkenning als bedoeld in artikel 72, eerste en derde lid, van de Regeling diervoeders;
h. besluiten op grond van artikel 106 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
a. het verlenen van erkenningen en registraties als bedoeld in artikel 10 van de Kaderwet diervoeders;
b. het schorsen en intrekken, onderscheidenlijk doorhalen van erkenningen of registraties als bedoeld in artikel 14 van de Kaderwet diervoeders;
c. het treffen van maatregelen als bedoeld in artikel 26, eerste lid en zesde lid, van de Kaderwet diervoeders, voor zover de maatregelen voor een of meer afzonderlijke zendingen of partijen zijn voorgeschreven;
d. het treffen van maatregelen als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de Kaderwet diervoeders, voor zover de maatregelen voor een of meer afzonderlijke zendingen of partijen zijn voorgeschreven;
e. het treffen van maatregelen als bedoeld in artikel 28, eerste lid, en het derde tot en met het zevende lid, van de Kaderwet diervoeders voor zover de maatregelen voor een of meer afzonderlijke bedrijven zijn voorgeschreven;
f. het toepassen van bestuursdwang als bedoeld in artikel 30 van de Kaderwet diervoeders;
g. het verlenen van goedkeuring en erkenning als bedoeld in artikel 72, eerste en derde lid, van de Regeling diervoeders;
h. besluiten op grond van artikel 106 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.