BWBR0018985
Geldig vanaf 01-01-2006
Artikel 8
Besluit GZP BakkersFinancieringsFonds 2006
Een aanvrager kan slechts voor een borgstelling inzake een aan hem verstrekt krediet in aanmerking komen indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a) een positief oordeel van de Begeleidingscommissie BakkersFinancieringsFonds over de ondernemersvaardigheden van de aanvrager en over de exploitatie van de onderneming;
b) de beoogde investeringen beantwoorden aan de doelstelling van dit besluit;
c) een positief oordeel over de investeringen in verband waarmee een beroep wordt gedaan op het borgstellingskrediet. Dit positieve oordeel dient te blijken uit een haalbaarheidsonderzoek dat is ingesteld door een door de Begeleidingscommissie BakkersFinancieringsFonds aangewezen extern deskundige;
d) goedkeuring van de kredietaanvraag door de bank waarbij is aangegeven dat een borgstelling op grond van dit besluit noodzakelijk is en het bedrag, met inachtneming van de maxima die in artikel 5 zijn genoemd.
a) een positief oordeel van de Begeleidingscommissie BakkersFinancieringsFonds over de ondernemersvaardigheden van de aanvrager en over de exploitatie van de onderneming;
b) de beoogde investeringen beantwoorden aan de doelstelling van dit besluit;
c) een positief oordeel over de investeringen in verband waarmee een beroep wordt gedaan op het borgstellingskrediet. Dit positieve oordeel dient te blijken uit een haalbaarheidsonderzoek dat is ingesteld door een door de Begeleidingscommissie BakkersFinancieringsFonds aangewezen extern deskundige;
d) goedkeuring van de kredietaanvraag door de bank waarbij is aangegeven dat een borgstelling op grond van dit besluit noodzakelijk is en het bedrag, met inachtneming van de maxima die in artikel 5 zijn genoemd.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0018985
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl