BWBR0018836
Geldig vanaf 2005-10-22
Artikel 7
Subsidieregeling innovatiearrangement 2005
1. Voor 8 november 2005 kunnen door samenwerkingsverbanden als bedoeld in artikel 3 bij Het Platform Beroepsonderwijs projectvoorstellen voor innovatiearrangementen worden ingediend.
2. Een projectvoorstel bevat informatie over de volgende onderwerpen:
a. De namen van de partners van het samenwerkingsverband.
b. Indien een aanvraag geschiedt door een instelling of een scholengemeenschap waarin zowel BVE als het vmbo participeren, dan dient uit de aanvraag de zelfstandige inbreng van dit vmbo en dit mbo binnen het samenwerkingsverband duidelijk te blijken.
c. Welk ‘probleem’ moet het project oplossen en wat zijn de beoogde resultaten?
d. Welke innovatie wordt beoogd en hoe wordt het probleem opgelost?
e. Een opgave van de maximale projectkosten.
f. De looptijd van het project.
3. Projectvoorstellen worden door een – door Het Platform Beroepsonderwijs en sociale partners benoemde – beoordelingscommissie, beoordeeld op innovativiteit, samenwerking met het bedrijfsleven,uitvoerbaarheid en bruikbaarheid. Indien het budget dat gemoeid is met het aantal positief beoordeelde projectvoorstellen groter is dan het subsidieplafond toelaat, selecteert de beoordelingscommissie zoveel van die projectvoorstellen dat het subsidieplafond niet wordt overschreden. Voor selectie komen het eerst die projectvoorstellen in aanmerking die het meest bijdragen aan het doel van deze regeling.
4. De selectie van projectvoorstellen vindt plaats voor 24 december 2005.
5. Bij de selectie kan aan projectvoorstellen waarbij een vmbo-school betrokken is prioriteit worden gegeven, indien daarmee een bijdrage wordt geleverd aan de evenwichtige participatie van vmbo-scholen aan de projecten.
6. Bij de selectie kan aan projectvoorstellen waarbij een vmbo-school betrokken is en het accent ligt op het versterken van het traject gemengde en theoretische leerweg van het vmbo naar het mbo en hbo prioriteit worden gegeven, indien zonder die prioritering minder dan € 2.500.000 gemoeid zou zijn met projecten gericht op dit thema.
2. Een projectvoorstel bevat informatie over de volgende onderwerpen:
a. De namen van de partners van het samenwerkingsverband.
b. Indien een aanvraag geschiedt door een instelling of een scholengemeenschap waarin zowel BVE als het vmbo participeren, dan dient uit de aanvraag de zelfstandige inbreng van dit vmbo en dit mbo binnen het samenwerkingsverband duidelijk te blijken.
c. Welk ‘probleem’ moet het project oplossen en wat zijn de beoogde resultaten?
d. Welke innovatie wordt beoogd en hoe wordt het probleem opgelost?
e. Een opgave van de maximale projectkosten.
f. De looptijd van het project.
3. Projectvoorstellen worden door een – door Het Platform Beroepsonderwijs en sociale partners benoemde – beoordelingscommissie, beoordeeld op innovativiteit, samenwerking met het bedrijfsleven,uitvoerbaarheid en bruikbaarheid. Indien het budget dat gemoeid is met het aantal positief beoordeelde projectvoorstellen groter is dan het subsidieplafond toelaat, selecteert de beoordelingscommissie zoveel van die projectvoorstellen dat het subsidieplafond niet wordt overschreden. Voor selectie komen het eerst die projectvoorstellen in aanmerking die het meest bijdragen aan het doel van deze regeling.
4. De selectie van projectvoorstellen vindt plaats voor 24 december 2005.
5. Bij de selectie kan aan projectvoorstellen waarbij een vmbo-school betrokken is prioriteit worden gegeven, indien daarmee een bijdrage wordt geleverd aan de evenwichtige participatie van vmbo-scholen aan de projecten.
6. Bij de selectie kan aan projectvoorstellen waarbij een vmbo-school betrokken is en het accent ligt op het versterken van het traject gemengde en theoretische leerweg van het vmbo naar het mbo en hbo prioriteit worden gegeven, indien zonder die prioritering minder dan € 2.500.000 gemoeid zou zijn met projecten gericht op dit thema.