BWBR0018835
Geldig vanaf 2005-10-15
Artikel 1
Regeling representatiekostenvergoeding OCW 2005
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. ambtenaar: – degene wiens functie is opgenomen in de bij dit besluit behorende bijlage,
– degene die door een directeur of hoofd van een diensteenheid vanwege de noodzakelijke (externe) contacten een persoonsgebonden representatiekostenvergoeding krijgt toegewezen, onder voorbehoud van goedkeuring door de secretaris-generaal;
– degene wiens functie is opgenomen in de bij dit besluit behorende bijlage,
– degene die door een directeur of hoofd van een diensteenheid vanwege de noodzakelijke (externe) contacten een persoonsgebonden representatiekostenvergoeding krijgt toegewezen, onder voorbehoud van goedkeuring door de secretaris-generaal;
b. bevoegd gezag: – de secretaris-generaal voor zover het betreft de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal, de voorzitter van de Onderwijsraad, de inspecteur-generaal van het onderwijs en degenen die vallen onder de centrale personeelsvoorziening;
– de directeuren-generaal voor zover het betreft de directeuren en hoofden van diensteenheden die tot hun portefeuille behoren;
– de directeuren en hoofden van diensteenheden voor zover het betreft hun medewerkers;
– de secretaris-generaal voor zover het betreft de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal, de voorzitter van de Onderwijsraad, de inspecteur-generaal van het onderwijs en degenen die vallen onder de centrale personeelsvoorziening;
– de directeuren-generaal voor zover het betreft de directeuren en hoofden van diensteenheden die tot hun portefeuille behoren;
– de directeuren en hoofden van diensteenheden voor zover het betreft hun medewerkers;
c. representatiekosten: – de kosten welke voortvloeien uit de eisen die de uitoefening van de functie stelt ten aanzien het onderhouden van externe contacten en die niet declarabel zijn.
– de kosten welke voortvloeien uit de eisen die de uitoefening van de functie stelt ten aanzien het onderhouden van externe contacten en die niet declarabel zijn.
a. ambtenaar: – degene wiens functie is opgenomen in de bij dit besluit behorende bijlage,
– degene die door een directeur of hoofd van een diensteenheid vanwege de noodzakelijke (externe) contacten een persoonsgebonden representatiekostenvergoeding krijgt toegewezen, onder voorbehoud van goedkeuring door de secretaris-generaal;
– degene wiens functie is opgenomen in de bij dit besluit behorende bijlage,
– degene die door een directeur of hoofd van een diensteenheid vanwege de noodzakelijke (externe) contacten een persoonsgebonden representatiekostenvergoeding krijgt toegewezen, onder voorbehoud van goedkeuring door de secretaris-generaal;
b. bevoegd gezag: – de secretaris-generaal voor zover het betreft de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal, de voorzitter van de Onderwijsraad, de inspecteur-generaal van het onderwijs en degenen die vallen onder de centrale personeelsvoorziening;
– de directeuren-generaal voor zover het betreft de directeuren en hoofden van diensteenheden die tot hun portefeuille behoren;
– de directeuren en hoofden van diensteenheden voor zover het betreft hun medewerkers;
– de secretaris-generaal voor zover het betreft de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal, de voorzitter van de Onderwijsraad, de inspecteur-generaal van het onderwijs en degenen die vallen onder de centrale personeelsvoorziening;
– de directeuren-generaal voor zover het betreft de directeuren en hoofden van diensteenheden die tot hun portefeuille behoren;
– de directeuren en hoofden van diensteenheden voor zover het betreft hun medewerkers;
c. representatiekosten: – de kosten welke voortvloeien uit de eisen die de uitoefening van de functie stelt ten aanzien het onderhouden van externe contacten en die niet declarabel zijn.
– de kosten welke voortvloeien uit de eisen die de uitoefening van de functie stelt ten aanzien het onderhouden van externe contacten en die niet declarabel zijn.