BWBR0018832
Geldig vanaf 2006-03-08
Artikel LXXIII
Wet dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden
1. Deze wet heeft geen gevolgen voor de rechtskracht van vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet genomen beslissingen, ten aanzien waarvan na dat tijdstip een ander bestuursorgaan bevoegd is.
2. In afwijking van het eerste lid vervallen besluiten tot delegatie van een bevoegdheid van de gemeenteraad aan het college van burgemeester en wethouders en mandaatbesluiten met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
3. In afwijking van het eerste lid vervallen besluiten tot instelling van een commissie als bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewetdie op 7 maart 2004 niet aan de in dat artikelgestelde eisen voldoen, met ingang van die datum.
4. Terzake van beslissingen die vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet zijn genomen, ten aanzien waarvan na dat tijdstip een ander bestuursorgaan bevoegd is, wordt het bezwaar of beroep behandeld door dat andere bestuursorgaan.
5. Het eerste tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op beslissingen ten aanzien waarvan de bevoegdheid ten gevolge van de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel PPP, van de Wet dualisering gemeentebestuuris overgegaan naar een ander bestuursorgaan, met dien verstande dat voor «het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet» telkens wordt gelezen: het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel PPP, van de Wet dualisering gemeentebestuur.
2. In afwijking van het eerste lid vervallen besluiten tot delegatie van een bevoegdheid van de gemeenteraad aan het college van burgemeester en wethouders en mandaatbesluiten met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
3. In afwijking van het eerste lid vervallen besluiten tot instelling van een commissie als bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewetdie op 7 maart 2004 niet aan de in dat artikelgestelde eisen voldoen, met ingang van die datum.
4. Terzake van beslissingen die vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet zijn genomen, ten aanzien waarvan na dat tijdstip een ander bestuursorgaan bevoegd is, wordt het bezwaar of beroep behandeld door dat andere bestuursorgaan.
5. Het eerste tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op beslissingen ten aanzien waarvan de bevoegdheid ten gevolge van de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel PPP, van de Wet dualisering gemeentebestuuris overgegaan naar een ander bestuursorgaan, met dien verstande dat voor «het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet» telkens wordt gelezen: het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel PPP, van de Wet dualisering gemeentebestuur.