BWBR0018816
Geldig vanaf 2005-11-10
Artikel 4
Besluit kwaliteitseisen handhaving milieubeheer
1. Het bestuursorgaan richt zijn organisatie zodanig in dat een adequate en objectieve uitvoering van het handhavingsbeleid, bedoeld in artikel 2, en het uitvoeringsprogramma, bedoeld in artikel 3, gewaarborgd is. Daartoe draagt het bestuursorgaan er in ieder geval zorg voor dat:
a. de personeelsformatie ten behoeve van de handhaving en de bij de onderscheiden functies behorende taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden worden vastgelegd;
b. de personen die zijn belast met de voorbereiding van beschikkingen tot het verlenen of weigeren van bij of krachtens de betrokken wetten vereiste vergunningen of ontheffingen: 1°. niet worden aangewezen als ambtenaar als bedoeld in artikel 18.4 van de wet, en
2°. niet worden belast met het voorbereiden of uitvoeren van beschikkingen tot oplegging van een last onder bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of gehele of gedeeltelijke intrekking van een vergunning of ontheffing, wegens niet-naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde;
1°. niet worden aangewezen als ambtenaar als bedoeld in artikel 18.4 van de wet, en
2°. niet worden belast met het voorbereiden of uitvoeren van beschikkingen tot oplegging van een last onder bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of gehele of gedeeltelijke intrekking van een vergunning of ontheffing, wegens niet-naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde;
c. een krachtens artikel 18.4 van de wet aangewezen ambtenaar niet voortdurend feitelijk wordt belast met het uitoefenen van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten met betrekking tot dezelfde inrichting;
d. de personen die zijn belast met werkzaamheden in het kader van de handhaving adequaat zijn opgeleid of zonodig worden opgeleid op basis van een opleidingsplan;
e. voorzover van toepassing, met de personen die het rechtstreeks aangaat of in het voorkomende geval met degene onder wiens verantwoordelijkheid zij werken schriftelijke afspraken worden gemaakt met betrekking tot het ten behoeve van de handhaving gebruik maken van personen die niet onder de organisatie van het bestuursorgaan ressorteren;
f. de organisatie van het bestuursorgaan ook buiten de gebruikelijke kantooruren bereikbaar is.
2. Het bestuursorgaan draagt er voorts zorg voor dat:
a. in protocollen wordt vastgelegd volgens welke werkwijze: 1°. het toezicht op de naleving wordt uitgeoefend,
2°. beschikkingen tot oplegging van een last onder bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of gehele of gedeeltelijke intrekking van een vergunning of ontheffing, wegens niet-naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde, worden voorbereid en uitgevoerd, en
3°. informatie over de handhaving wordt beheerd en binnen en buiten zijn organisatie wordt verstrekt;
1°. het toezicht op de naleving wordt uitgeoefend,
2°. beschikkingen tot oplegging van een last onder bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of gehele of gedeeltelijke intrekking van een vergunning of ontheffing, wegens niet-naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde, worden voorbereid en uitgevoerd, en
3°. informatie over de handhaving wordt beheerd en binnen en buiten zijn organisatie wordt verstrekt;
b. adequate technische, juridische en administratieve voorzieningen beschikbaar zijn;
c. instrumenten en apparaten die bij de handhaving worden gebruikt in een goede staat van onderhoud verkeren en deze zonodig worden gekalibreerd;
d. systematisch wordt nagegaan of de uitgevoerde werkzaamheden plaatsvinden met inachtneming van de onder a bedoelde protocollen;
e. in de begroting de benodigde en beschikbare personele en financiële middelen worden gewaarborgd.
a. de personeelsformatie ten behoeve van de handhaving en de bij de onderscheiden functies behorende taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden worden vastgelegd;
b. de personen die zijn belast met de voorbereiding van beschikkingen tot het verlenen of weigeren van bij of krachtens de betrokken wetten vereiste vergunningen of ontheffingen: 1°. niet worden aangewezen als ambtenaar als bedoeld in artikel 18.4 van de wet, en
2°. niet worden belast met het voorbereiden of uitvoeren van beschikkingen tot oplegging van een last onder bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of gehele of gedeeltelijke intrekking van een vergunning of ontheffing, wegens niet-naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde;
1°. niet worden aangewezen als ambtenaar als bedoeld in artikel 18.4 van de wet, en
2°. niet worden belast met het voorbereiden of uitvoeren van beschikkingen tot oplegging van een last onder bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of gehele of gedeeltelijke intrekking van een vergunning of ontheffing, wegens niet-naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde;
c. een krachtens artikel 18.4 van de wet aangewezen ambtenaar niet voortdurend feitelijk wordt belast met het uitoefenen van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten met betrekking tot dezelfde inrichting;
d. de personen die zijn belast met werkzaamheden in het kader van de handhaving adequaat zijn opgeleid of zonodig worden opgeleid op basis van een opleidingsplan;
e. voorzover van toepassing, met de personen die het rechtstreeks aangaat of in het voorkomende geval met degene onder wiens verantwoordelijkheid zij werken schriftelijke afspraken worden gemaakt met betrekking tot het ten behoeve van de handhaving gebruik maken van personen die niet onder de organisatie van het bestuursorgaan ressorteren;
f. de organisatie van het bestuursorgaan ook buiten de gebruikelijke kantooruren bereikbaar is.
2. Het bestuursorgaan draagt er voorts zorg voor dat:
a. in protocollen wordt vastgelegd volgens welke werkwijze: 1°. het toezicht op de naleving wordt uitgeoefend,
2°. beschikkingen tot oplegging van een last onder bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of gehele of gedeeltelijke intrekking van een vergunning of ontheffing, wegens niet-naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde, worden voorbereid en uitgevoerd, en
3°. informatie over de handhaving wordt beheerd en binnen en buiten zijn organisatie wordt verstrekt;
1°. het toezicht op de naleving wordt uitgeoefend,
2°. beschikkingen tot oplegging van een last onder bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of gehele of gedeeltelijke intrekking van een vergunning of ontheffing, wegens niet-naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde, worden voorbereid en uitgevoerd, en
3°. informatie over de handhaving wordt beheerd en binnen en buiten zijn organisatie wordt verstrekt;
b. adequate technische, juridische en administratieve voorzieningen beschikbaar zijn;
c. instrumenten en apparaten die bij de handhaving worden gebruikt in een goede staat van onderhoud verkeren en deze zonodig worden gekalibreerd;
d. systematisch wordt nagegaan of de uitgevoerde werkzaamheden plaatsvinden met inachtneming van de onder a bedoelde protocollen;
e. in de begroting de benodigde en beschikbare personele en financiële middelen worden gewaarborgd.