BWBR0018805
Geldig vanaf 2005-10-17
Artikel 2
Beleidsregel verstrekking innovatievouchers pilot 2005 tweede fase
1. De minister verstrekt op aanvraag een innovatievoucher aan:
a. een ondernemer, die een kleine of middelgrote onderneming in stand houdt in de zin van verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 10), die een kennisoverdrachtsproject wil laten uitvoeren waarvan de resultaten ten goede komen aan de activiteiten die de ondernemer in Nederland verricht.
b. ondernemers als bedoeld in onderdeel a die deelnemer zijn in een samenwerkingsverband, die gezamenlijk een kennisoverdrachtsproject willen laten uitvoeren.
2. Per ondernemer kan één innovatievoucher worden verstrekt.
3. Een aan een ondernemer als bedoeld in het eerste lid, onder b, verstrekte innovatievoucher is uitsluitend geldig in combinatie met ten minste twee innovatievouchers van de overige deelnemers in dat samenwerkingsverband. Indien een ondernemer als bedoeld in het eerste lid, onder b, niet meer deelneemt aan dat samenwerkingsverband vervalt de geldigheid van zijn innovatievoucher.
4. Geen innovatievoucher wordt verstrekt aan een ondernemer:
a. die een onderneming in stand houdt als bedoeld in artikel 1, onder a, van verordening (EG) nr. 69/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op de de minimis-steun (PbEG L 10);
b. aan wie door een of meer bestuursorganen in de drie aan de aanvraag voorafgaande jaren reeds € 92.500 of meer aan subsidie is verstrekt zonder goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen;
c. die failliet is verklaard, aan wie surséance van betaling is verleend, ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, of voor wie een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend;
d. die deel uitmaakt van een groep, indien reeds op grond van deze beleidsregel of de Beleidsregel verstrekking innovatievouchers 2004 of de Beleidsregel verstrekking innovatievouchers 2005 een innovatievoucher is verstrekt aan een andere ondernemer die deel uitmaakt van dezelfde groep;
e. die een innovatievoucher heeft gekregen op grond van de Beleidsregel verstrekking innovatievouchers 2004 of de Beleidsregel verstrekking innovatievouchers 2005.
a. een ondernemer, die een kleine of middelgrote onderneming in stand houdt in de zin van verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 10), die een kennisoverdrachtsproject wil laten uitvoeren waarvan de resultaten ten goede komen aan de activiteiten die de ondernemer in Nederland verricht.
b. ondernemers als bedoeld in onderdeel a die deelnemer zijn in een samenwerkingsverband, die gezamenlijk een kennisoverdrachtsproject willen laten uitvoeren.
2. Per ondernemer kan één innovatievoucher worden verstrekt.
3. Een aan een ondernemer als bedoeld in het eerste lid, onder b, verstrekte innovatievoucher is uitsluitend geldig in combinatie met ten minste twee innovatievouchers van de overige deelnemers in dat samenwerkingsverband. Indien een ondernemer als bedoeld in het eerste lid, onder b, niet meer deelneemt aan dat samenwerkingsverband vervalt de geldigheid van zijn innovatievoucher.
4. Geen innovatievoucher wordt verstrekt aan een ondernemer:
a. die een onderneming in stand houdt als bedoeld in artikel 1, onder a, van verordening (EG) nr. 69/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op de de minimis-steun (PbEG L 10);
b. aan wie door een of meer bestuursorganen in de drie aan de aanvraag voorafgaande jaren reeds € 92.500 of meer aan subsidie is verstrekt zonder goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen;
c. die failliet is verklaard, aan wie surséance van betaling is verleend, ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, of voor wie een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend;
d. die deel uitmaakt van een groep, indien reeds op grond van deze beleidsregel of de Beleidsregel verstrekking innovatievouchers 2004 of de Beleidsregel verstrekking innovatievouchers 2005 een innovatievoucher is verstrekt aan een andere ondernemer die deel uitmaakt van dezelfde groep;
e. die een innovatievoucher heeft gekregen op grond van de Beleidsregel verstrekking innovatievouchers 2004 of de Beleidsregel verstrekking innovatievouchers 2005.