BWBR0018786
Geldig vanaf 2005-10-02
Artikel 7
Subsidieregeling dieptepilot voor de opleidingsschool en academische school 2005–2008
1. Bij de beoordeling van de projectvoorstellen bedoeld in artikel 6, tweede lid, worden de volgende criteria gehanteerd:
a. kwaliteit: alleen die voorstellen kunnen worden geselecteerd die het meest geschikt zijn om bij te dragen aan de doelomschrijving bedoeld in artikel 2, dat wil zeggen de projectvoorstellen die op basis van de beoordeling van het ingevulde format op alle onderdelen tezamen als bedoeld in het tweede lid, de hoogste score behalen, berekend volgens het bepaalde in het derde lid.
b. spreiding naar sector: in beginsel wordt uitgegaan van een verdeling van 30 projecten in primair onderwijs en voortgezet onderwijs en 5 projecten in BVE.
c. opleidingsschool en academische school per sector: per sector worden minimaal 2 voorstellen voor een academische school geselecteerd, mits voldoend aan de kwaliteitscriteria
d. diversiteit: de pilot moet leiden tot voorbeelden die aansluiten bij de diversiteit in keuze van scholen bij het opleiden in de school.
e. spreiding naar regio: bij gelijke geschiktheid, dat wil zeggen indien de beoordeling aan de hand van a, b, c en d ertoe leidt dat meer dan 35 projectvoorstellen in aanmerking kunnen komen een projectplan uit te werken, kan evenwichtige spreiding naar regio uiteindelijk een rol spelen bij de selectie.
2. De onderdelen in het format hebben betrekking op:
a. algemene gegevens over de in het project betrokken – school of scholen,
– opleiding(en) voor onderwijspersoneel en
– eventuele overige partners. Voor elk van de betrokkenen wordt aangegeven waarom en met welke rol in het project wordt deelgenomen;
– school of scholen,
– opleiding(en) voor onderwijspersoneel en
– eventuele overige partners.
b. motivatie;
c. doelstellingen en beoogde resultaten;
d. eigen ervaring met het opleiden in de school;
e. inhoud van het project;
f. belang van het project voor andere scholen in de regio;
g. met het project gemoeide kosten
h. onderkende risico’s.
3. In het format wordt voor elk van de onderdelen aangegeven in welke mate deze maximaal meeweegt in de bepaling van de geschiktheid bedoeld in het eerste lid onder a. Voor de bepaling van die geschiktheid worden alle projectvoorstellen per onderdeel met elkaar vergeleken op basis waarvan een rangorde en daaruit volgende score voor elk der projectvoorstellen wordt vastgesteld.
a. kwaliteit: alleen die voorstellen kunnen worden geselecteerd die het meest geschikt zijn om bij te dragen aan de doelomschrijving bedoeld in artikel 2, dat wil zeggen de projectvoorstellen die op basis van de beoordeling van het ingevulde format op alle onderdelen tezamen als bedoeld in het tweede lid, de hoogste score behalen, berekend volgens het bepaalde in het derde lid.
b. spreiding naar sector: in beginsel wordt uitgegaan van een verdeling van 30 projecten in primair onderwijs en voortgezet onderwijs en 5 projecten in BVE.
c. opleidingsschool en academische school per sector: per sector worden minimaal 2 voorstellen voor een academische school geselecteerd, mits voldoend aan de kwaliteitscriteria
d. diversiteit: de pilot moet leiden tot voorbeelden die aansluiten bij de diversiteit in keuze van scholen bij het opleiden in de school.
e. spreiding naar regio: bij gelijke geschiktheid, dat wil zeggen indien de beoordeling aan de hand van a, b, c en d ertoe leidt dat meer dan 35 projectvoorstellen in aanmerking kunnen komen een projectplan uit te werken, kan evenwichtige spreiding naar regio uiteindelijk een rol spelen bij de selectie.
2. De onderdelen in het format hebben betrekking op:
a. algemene gegevens over de in het project betrokken – school of scholen,
– opleiding(en) voor onderwijspersoneel en
– eventuele overige partners. Voor elk van de betrokkenen wordt aangegeven waarom en met welke rol in het project wordt deelgenomen;
– school of scholen,
– opleiding(en) voor onderwijspersoneel en
– eventuele overige partners.
b. motivatie;
c. doelstellingen en beoogde resultaten;
d. eigen ervaring met het opleiden in de school;
e. inhoud van het project;
f. belang van het project voor andere scholen in de regio;
g. met het project gemoeide kosten
h. onderkende risico’s.
3. In het format wordt voor elk van de onderdelen aangegeven in welke mate deze maximaal meeweegt in de bepaling van de geschiktheid bedoeld in het eerste lid onder a. Voor de bepaling van die geschiktheid worden alle projectvoorstellen per onderdeel met elkaar vergeleken op basis waarvan een rangorde en daaruit volgende score voor elk der projectvoorstellen wordt vastgesteld.