BWBR0018748
Geldig vanaf 2005-09-24
Artikel 7
Beleidsregels projectsubsidie Initiatieven versterking van het handelen bij eergerelateerd geweld
Als voorwaarde voor verlening van een subsidie gelden ten aanzien van de te subsidiëren activiteiten de volgende aanvullende criteria:
a. de activiteiten dienen plaats te vinden in de periode van 1 oktober 2005 tot 31 december 2005;
b. de activiteiten, dan wel de resultaten daarvan, dienen concreet en aantoonbaar bij te dragen aan een handelingsprotocol opdat dit protocol geschikt is voor breed gebruik;
c. de activiteiten dienen bij te dragen aan draagvlak bij de achterban voor het gebruik van het handelingsprotocol;
d. de activiteiten dienen ten minste een lokaal of regionaal effect te hebben, en landelijk als voorbeeld te kunnen dienen;
e. indien de subsidieaanvrager valt onder artikel 4, lid 2, dient aantoonbaar sprake te zijn van samenwerking met minderhedenorganisaties;
f. indien de subsidieaanvrager een gemeente of provincie is, dient die gemeente of provincie een eigen bijdrage te leveren voor activiteiten in 2005 of 2006 die bijdragen aan het doel als genoemd in artikel 2, voor een bedrag dat ten minste 50% bedraagt van de aangevraagde subsidie;
g. de activiteiten mogen niet reeds uit andere hoofde van rijkswege zijn gesubsidieerd en maken geen onderdeel uit van het reguliere beleid van de rijksoverheid, provincie of gemeente.
a. de activiteiten dienen plaats te vinden in de periode van 1 oktober 2005 tot 31 december 2005;
b. de activiteiten, dan wel de resultaten daarvan, dienen concreet en aantoonbaar bij te dragen aan een handelingsprotocol opdat dit protocol geschikt is voor breed gebruik;
c. de activiteiten dienen bij te dragen aan draagvlak bij de achterban voor het gebruik van het handelingsprotocol;
d. de activiteiten dienen ten minste een lokaal of regionaal effect te hebben, en landelijk als voorbeeld te kunnen dienen;
e. indien de subsidieaanvrager valt onder artikel 4, lid 2, dient aantoonbaar sprake te zijn van samenwerking met minderhedenorganisaties;
f. indien de subsidieaanvrager een gemeente of provincie is, dient die gemeente of provincie een eigen bijdrage te leveren voor activiteiten in 2005 of 2006 die bijdragen aan het doel als genoemd in artikel 2, voor een bedrag dat ten minste 50% bedraagt van de aangevraagde subsidie;
g. de activiteiten mogen niet reeds uit andere hoofde van rijkswege zijn gesubsidieerd en maken geen onderdeel uit van het reguliere beleid van de rijksoverheid, provincie of gemeente.