BWBR0018743
Geldig vanaf 2005-09-21
Artikel 61
Subsidieregeling publieke gezondheid
De subsidie, bedoeld in artikel 60, wordt verstrekt voor griepvaccinaties die in de periode van 1 september van enig jaar tot en met 30 april van het daarop volgende jaar worden toegediend door:
a. huisartsen aan: 1°. patiënten met afwijkingen en functiestoornissen van de luchtwegen en longen;
2°. patiënten met een chronische stoornis van de hartfunctie;
3°. patiënten met diabetes mellitus;
4°. patiënten met chronische nierinsufficiëntie;
5°. patiënten die recent een beenmergtransplantatie hebben ondergaan;
6°. personen geïnfecteerd met hiv;
7°. kinderen en adolescenten in de leeftijd van 6 maanden tot 18 jaar die langdurig salicylaten gebruiken;
8°. personen vanaf 60 jaar, inclusief personen die voor 1 mei van het jaar volgend op het jaar waarvoor subsidie wordt verstrekt 60 jaar worden;
9°. personen met verminderde weerstand tegen infecties;
10°. personen met morbide obesitas en een body mass index van 40 of hoger;
11°. personen onder de 60 jaar met dementie;
12°. personen met cochleaire implantaten; of
13° personen met een verstandelijke beperking die niet verblijven in een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder f, van de Wet toelating zorginstellingen;
1°. patiënten met afwijkingen en functiestoornissen van de luchtwegen en longen;
2°. patiënten met een chronische stoornis van de hartfunctie;
3°. patiënten met diabetes mellitus;
4°. patiënten met chronische nierinsufficiëntie;
5°. patiënten die recent een beenmergtransplantatie hebben ondergaan;
6°. personen geïnfecteerd met hiv;
7°. kinderen en adolescenten in de leeftijd van 6 maanden tot 18 jaar die langdurig salicylaten gebruiken;
8°. personen vanaf 60 jaar, inclusief personen die voor 1 mei van het jaar volgend op het jaar waarvoor subsidie wordt verstrekt 60 jaar worden;
9°. personen met verminderde weerstand tegen infecties;
10°. personen met morbide obesitas en een body mass index van 40 of hoger;
11°. personen onder de 60 jaar met dementie;
12°. personen met cochleaire implantaten; of
13° personen met een verstandelijke beperking die niet verblijven in een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder f, van de Wet toelating zorginstellingen;
b. artsen aan personen als bedoeld onder a die verblijven in een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder f, van de Wet toelating zorginstellingen.
a. huisartsen aan: 1°. patiënten met afwijkingen en functiestoornissen van de luchtwegen en longen;
2°. patiënten met een chronische stoornis van de hartfunctie;
3°. patiënten met diabetes mellitus;
4°. patiënten met chronische nierinsufficiëntie;
5°. patiënten die recent een beenmergtransplantatie hebben ondergaan;
6°. personen geïnfecteerd met hiv;
7°. kinderen en adolescenten in de leeftijd van 6 maanden tot 18 jaar die langdurig salicylaten gebruiken;
8°. personen vanaf 60 jaar, inclusief personen die voor 1 mei van het jaar volgend op het jaar waarvoor subsidie wordt verstrekt 60 jaar worden;
9°. personen met verminderde weerstand tegen infecties;
10°. personen met morbide obesitas en een body mass index van 40 of hoger;
11°. personen onder de 60 jaar met dementie;
12°. personen met cochleaire implantaten; of
13° personen met een verstandelijke beperking die niet verblijven in een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder f, van de Wet toelating zorginstellingen;
1°. patiënten met afwijkingen en functiestoornissen van de luchtwegen en longen;
2°. patiënten met een chronische stoornis van de hartfunctie;
3°. patiënten met diabetes mellitus;
4°. patiënten met chronische nierinsufficiëntie;
5°. patiënten die recent een beenmergtransplantatie hebben ondergaan;
6°. personen geïnfecteerd met hiv;
7°. kinderen en adolescenten in de leeftijd van 6 maanden tot 18 jaar die langdurig salicylaten gebruiken;
8°. personen vanaf 60 jaar, inclusief personen die voor 1 mei van het jaar volgend op het jaar waarvoor subsidie wordt verstrekt 60 jaar worden;
9°. personen met verminderde weerstand tegen infecties;
10°. personen met morbide obesitas en een body mass index van 40 of hoger;
11°. personen onder de 60 jaar met dementie;
12°. personen met cochleaire implantaten; of
13° personen met een verstandelijke beperking die niet verblijven in een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder f, van de Wet toelating zorginstellingen;
b. artsen aan personen als bedoeld onder a die verblijven in een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder f, van de Wet toelating zorginstellingen.