BWBR0018724
Geldig vanaf 2005-09-30
Artikel 11
Regeling bloed- en urineonderzoek
1. Het Nederlands Forensisch Instituut verricht het tegenonderzoek als bedoeld in artikel 10a van het Besluit alcoholonderzoeken. De artikelen 3 tot en met 10zijn van overeenkomstige toepassing.
2. De kosten van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, bedragen:
a. € 4,50 voor het gebruik van de in artikel 4 bedoelde monsterbuisjes, alsmede de in artikel 7, tweede lid, bedoelde sluitzegel en verpakking;
b. voor het afnemen van bloed door de arts € 62 indien het afnemen geschiedt in de periode van 8.00 uur tot 18.00 uur en € 81 indien het afnemen geschiedt in de periode 18.00 uur ’s avonds tot 08.00 uur ’s ochtends of in de periode 18.00 uur vrijdagavond tot 08.00 uur maandagochtend.
c. € 91 voor het onderzoek naar het alcoholgehalte van het bloed, bedoeld in het eerste lid.
3. De arts wordt niet eerder benaderd voor het afnemen van het bloed bij de verdachte, dan nadat de verdachte de in het tweede lid, onder a en b, bedoelde kosten aan de politie heeft betaald.
4. Het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, geschiedt niet eerder dan nadat de verdachte de in het tweede lid, onder c bedoelde kosten, binnen zes weken na de bloedafname, aan het Nederlands Forensisch Instituut heeft betaald.
2. De kosten van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, bedragen:
a. € 4,50 voor het gebruik van de in artikel 4 bedoelde monsterbuisjes, alsmede de in artikel 7, tweede lid, bedoelde sluitzegel en verpakking;
b. voor het afnemen van bloed door de arts € 62 indien het afnemen geschiedt in de periode van 8.00 uur tot 18.00 uur en € 81 indien het afnemen geschiedt in de periode 18.00 uur ’s avonds tot 08.00 uur ’s ochtends of in de periode 18.00 uur vrijdagavond tot 08.00 uur maandagochtend.
c. € 91 voor het onderzoek naar het alcoholgehalte van het bloed, bedoeld in het eerste lid.
3. De arts wordt niet eerder benaderd voor het afnemen van het bloed bij de verdachte, dan nadat de verdachte de in het tweede lid, onder a en b, bedoelde kosten aan de politie heeft betaald.
4. Het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, geschiedt niet eerder dan nadat de verdachte de in het tweede lid, onder c bedoelde kosten, binnen zes weken na de bloedafname, aan het Nederlands Forensisch Instituut heeft betaald.