BWBR0018703
Geldig vanaf 2005-09-01
Artikel 6
Regeling rechtspositie vaste leden van OPTA
1. Op verzoek van de voorzitter of een lid met een gemiddelde tijdsbesteding van drie of meer dagen in de week als bedoeld in het derde lid kan de Minister van Economische Zaken de gemiddelde tijdsbesteding genoemd in artikel 5, eerste lid, uitbreiden met een of meer dagdelen.
2. Bij een uitbreiding van de gemiddelde tijdsbesteding van een lid tot maximaal twee en een halve dag in de week ontvangt dat lid de vergoeding genoemd in artikel 5, eerste lid, vermeerderd naar rato van de uitbreiding van de gemiddelde tijdsbesteding.
3. Bij een uitbreiding van de gemiddelde tijdsbesteding van een lid tot drie of meer dagen in de week zijn artikel 2, eerste, tweede, vierde en zesde liden artikel 3van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de vaste toeslag, bedoeld in artikel 2, eerste lid, € 816,80 per maand bedraagt. De bezoldiging, de vakantie-uitkering, de tegemoetkoming in ziektekosten, de vergoedingen woon–werkverkeer en vergoedingen representatiekosten bedragen bij een onvolledige werkweek een evenredig deel van het bedrag bij een volledige werkweek.
4. Bij een uitbreiding van de gemiddelde tijdsbesteding als bedoeld in het derde lid zijn tevens de volgende voorwaarden van toepassing:
a. ingeval een lid gedurende zijn benoemingstermijn wordt ontslagen, ontvangt deze een uitkering overeenkomstig de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers, tenzij hij ontslagen wordt op eigen verzoek, dan wel wegens zwaarwichtige redenen zoals ongeschiktheid voor de functie, of onverenigbaarheid van functies en belangen;
b. ingeval een lid niet wordt herbenoemd na afloop van de benoemingstermijn, heeft deze aanspraak op een uitkering overeenkomstig de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers;
c. de uitkering wordt toegekend voor een periode gelijk aan het tijdvak waarin betrokkene zonder onderbreking als lid heeft gefunctioneerd, met dien verstande dat de uitkering in ieder geval eindigt wanneer betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt of komt te overlijden;
d. de uitkering zal een termijn van zes jaar niet overschrijden;
e. de uitkering bedraagt gedurende het eerste jaar 80% en vervolgens 70% van de als lid genoten bruto bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering;
f. de uitkering bedraagt bij een onvolledige werkweek een evenredig deel van het bedrag bij een volledige werkweek;
g. de inkomsten die de betrokkene geniet uit of in verband met arbeid of bedrijf die niet reeds werden genoten voor het ontslag worden met de uitkering verrekend;
h. de verrekening, genoemd in onderdeel g, geschiedt aldus dat de uitkering wordt verminderd met het bedrag waarmee de uitkering, vermeerderd met die inkomsten, de bruto bezoldiging en de vakantie-uitkering, waarvan de uitkering is afgeleid, overschrijdt;
i. de uitkering wordt in maandelijkse termijnen betaald.
2. Bij een uitbreiding van de gemiddelde tijdsbesteding van een lid tot maximaal twee en een halve dag in de week ontvangt dat lid de vergoeding genoemd in artikel 5, eerste lid, vermeerderd naar rato van de uitbreiding van de gemiddelde tijdsbesteding.
3. Bij een uitbreiding van de gemiddelde tijdsbesteding van een lid tot drie of meer dagen in de week zijn artikel 2, eerste, tweede, vierde en zesde liden artikel 3van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de vaste toeslag, bedoeld in artikel 2, eerste lid, € 816,80 per maand bedraagt. De bezoldiging, de vakantie-uitkering, de tegemoetkoming in ziektekosten, de vergoedingen woon–werkverkeer en vergoedingen representatiekosten bedragen bij een onvolledige werkweek een evenredig deel van het bedrag bij een volledige werkweek.
4. Bij een uitbreiding van de gemiddelde tijdsbesteding als bedoeld in het derde lid zijn tevens de volgende voorwaarden van toepassing:
a. ingeval een lid gedurende zijn benoemingstermijn wordt ontslagen, ontvangt deze een uitkering overeenkomstig de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers, tenzij hij ontslagen wordt op eigen verzoek, dan wel wegens zwaarwichtige redenen zoals ongeschiktheid voor de functie, of onverenigbaarheid van functies en belangen;
b. ingeval een lid niet wordt herbenoemd na afloop van de benoemingstermijn, heeft deze aanspraak op een uitkering overeenkomstig de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers;
c. de uitkering wordt toegekend voor een periode gelijk aan het tijdvak waarin betrokkene zonder onderbreking als lid heeft gefunctioneerd, met dien verstande dat de uitkering in ieder geval eindigt wanneer betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt of komt te overlijden;
d. de uitkering zal een termijn van zes jaar niet overschrijden;
e. de uitkering bedraagt gedurende het eerste jaar 80% en vervolgens 70% van de als lid genoten bruto bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering;
f. de uitkering bedraagt bij een onvolledige werkweek een evenredig deel van het bedrag bij een volledige werkweek;
g. de inkomsten die de betrokkene geniet uit of in verband met arbeid of bedrijf die niet reeds werden genoten voor het ontslag worden met de uitkering verrekend;
h. de verrekening, genoemd in onderdeel g, geschiedt aldus dat de uitkering wordt verminderd met het bedrag waarmee de uitkering, vermeerderd met die inkomsten, de bruto bezoldiging en de vakantie-uitkering, waarvan de uitkering is afgeleid, overschrijdt;
i. de uitkering wordt in maandelijkse termijnen betaald.