BWBR0018702
Geldig vanaf 2006-01-10
Artikel 4
Regeling experimenten Wmo
1. Een experiment maatschappelijke ondersteuning:
a. is gericht op één of meer onderdelen van maatschappelijke ondersteuning in de zin van het wetsvoorstel, met uitzondering van het onderdeel op preventie gerichte ondersteuning van jeugdigen met problemen met opgroeien en van ouders met problemen met opvoeden;
b. is gericht op één of meer van de volgende thema’s: 1°. het versterken van de gemeentelijke regie over de keten ter verlening van maatschappelijke ondersteuning;
2°. het bevorderen van de samenwerking tussen gemeenten;
3°. het bevorderen van de betrokkenheid van de burgers bij de vorming en verantwoording van het gemeentelijke beleid;
4°. het bevorderen van algemeen gemeentelijk beleid waarbij rekening is gehouden met de toepasselijkheid daarvan voor specifieke doelgroepen;
5°. het bevorderen van een systeem van verbanden waar mensen vrijwillig deel van uitmaken waardoor burgers elkaar kunnen ondersteunen;
6°. het afstemmen van de uitvoering van maatschappelijke ondersteuning en de Wet werk en bijstand;
7°. het experimenteren met de uitvoering van ondersteunende en activerende begeleiding, als omschreven in artikel 6, respectievelijk 7 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ;
1°. het versterken van de gemeentelijke regie over de keten ter verlening van maatschappelijke ondersteuning;
2°. het bevorderen van de samenwerking tussen gemeenten;
3°. het bevorderen van de betrokkenheid van de burgers bij de vorming en verantwoording van het gemeentelijke beleid;
4°. het bevorderen van algemeen gemeentelijk beleid waarbij rekening is gehouden met de toepasselijkheid daarvan voor specifieke doelgroepen;
5°. het bevorderen van een systeem van verbanden waar mensen vrijwillig deel van uitmaken waardoor burgers elkaar kunnen ondersteunen;
6°. het afstemmen van de uitvoering van maatschappelijke ondersteuning en de Wet werk en bijstand;
7°. het experimenteren met de uitvoering van ondersteunende en activerende begeleiding, als omschreven in artikel 6, respectievelijk 7 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ;
c. is vernieuwend voor Nederland;
d. heeft betrekking op de verbetering van de ontwikkelingen of uitvoering van het gemeentelijke beleid;
e. is gericht op draagvlak bij relevante organisaties van cliënten of burgers;
f. levert resultaten op die overgedragen kunnen worden aan andere gemeenten of openbare lichamen.
2. Een experiment huishoudelijke verzorging is gericht op:
a. het treffen van de benodigde voorbereidingen om huishoudelijke verzorging te kunnen verstrekken;
b. het bevorderen van de afstemming van de huishoudelijke verzorging op andere zorg in de zin van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten vanuit het perspectief van de burger aan welke deze zorg verstrekt wordt.
3. Het vervullen van een ambassadeursrol bestaat uit het:
a. deelnemen aan en, voor zover de ambassadeursrol wordt vervuld door een gemeente die een experiment maatschappelijke ondersteuning uitvoert, het leveren van een inhoudelijke bijdrage aan de door of namens de minister georganiseerde periodieke landelijke bijeenkomsten;
b. informeren van gemeenten in de desbetreffende regio over de invoering van het wetsvoorstel in aanvulling op de informatie die door of namens de minister wordt verstrekt, waarbij rekening wordt gehouden met de behoefte van die gemeenten aan informatie en waartoe ten minste vier bijeenkomsten met die gemeenten per jaar worden georganiseerd;
c. inventariseren van en aan de minister rapporteren over knelpunten bij de invoering van het wetsvoorstel die zich voordoen of kunnen voordoen bij de gemeenten in de desbetreffende regio.
a. is gericht op één of meer onderdelen van maatschappelijke ondersteuning in de zin van het wetsvoorstel, met uitzondering van het onderdeel op preventie gerichte ondersteuning van jeugdigen met problemen met opgroeien en van ouders met problemen met opvoeden;
b. is gericht op één of meer van de volgende thema’s: 1°. het versterken van de gemeentelijke regie over de keten ter verlening van maatschappelijke ondersteuning;
2°. het bevorderen van de samenwerking tussen gemeenten;
3°. het bevorderen van de betrokkenheid van de burgers bij de vorming en verantwoording van het gemeentelijke beleid;
4°. het bevorderen van algemeen gemeentelijk beleid waarbij rekening is gehouden met de toepasselijkheid daarvan voor specifieke doelgroepen;
5°. het bevorderen van een systeem van verbanden waar mensen vrijwillig deel van uitmaken waardoor burgers elkaar kunnen ondersteunen;
6°. het afstemmen van de uitvoering van maatschappelijke ondersteuning en de Wet werk en bijstand;
7°. het experimenteren met de uitvoering van ondersteunende en activerende begeleiding, als omschreven in artikel 6, respectievelijk 7 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ;
1°. het versterken van de gemeentelijke regie over de keten ter verlening van maatschappelijke ondersteuning;
2°. het bevorderen van de samenwerking tussen gemeenten;
3°. het bevorderen van de betrokkenheid van de burgers bij de vorming en verantwoording van het gemeentelijke beleid;
4°. het bevorderen van algemeen gemeentelijk beleid waarbij rekening is gehouden met de toepasselijkheid daarvan voor specifieke doelgroepen;
5°. het bevorderen van een systeem van verbanden waar mensen vrijwillig deel van uitmaken waardoor burgers elkaar kunnen ondersteunen;
6°. het afstemmen van de uitvoering van maatschappelijke ondersteuning en de Wet werk en bijstand;
7°. het experimenteren met de uitvoering van ondersteunende en activerende begeleiding, als omschreven in artikel 6, respectievelijk 7 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ;
c. is vernieuwend voor Nederland;
d. heeft betrekking op de verbetering van de ontwikkelingen of uitvoering van het gemeentelijke beleid;
e. is gericht op draagvlak bij relevante organisaties van cliënten of burgers;
f. levert resultaten op die overgedragen kunnen worden aan andere gemeenten of openbare lichamen.
2. Een experiment huishoudelijke verzorging is gericht op:
a. het treffen van de benodigde voorbereidingen om huishoudelijke verzorging te kunnen verstrekken;
b. het bevorderen van de afstemming van de huishoudelijke verzorging op andere zorg in de zin van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten vanuit het perspectief van de burger aan welke deze zorg verstrekt wordt.
3. Het vervullen van een ambassadeursrol bestaat uit het:
a. deelnemen aan en, voor zover de ambassadeursrol wordt vervuld door een gemeente die een experiment maatschappelijke ondersteuning uitvoert, het leveren van een inhoudelijke bijdrage aan de door of namens de minister georganiseerde periodieke landelijke bijeenkomsten;
b. informeren van gemeenten in de desbetreffende regio over de invoering van het wetsvoorstel in aanvulling op de informatie die door of namens de minister wordt verstrekt, waarbij rekening wordt gehouden met de behoefte van die gemeenten aan informatie en waartoe ten minste vier bijeenkomsten met die gemeenten per jaar worden georganiseerd;
c. inventariseren van en aan de minister rapporteren over knelpunten bij de invoering van het wetsvoorstel die zich voordoen of kunnen voordoen bij de gemeenten in de desbetreffende regio.