BWBR0018690
Geldig vanaf 2006-12-17
Artikel 3
Regeling dierlijke bijproducten
1. De aangifteplichtige van categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal als bedoeld in artikel 12 van de wet, draagt er zorg voor dat het materiaal tot het moment waarop het wordt opgehaald:
a. op een zodanige manier wordt bewaard dat het materiaal niet vrij toegankelijk is voor anderen dan de aangifteplichtige en het verwerkingsbedrijf dat het materiaal ophaalt;
b. voor zover het kadavers betreft, dat materiaal op een zodanig manier is afgedekt dat het is onttrokken aan het oog van passanten en niet vrij toegankelijk is voor vogels, knaagdieren, honden en katten en de afdekking door het verwerkingsbedrijf dat het materiaal ophaalt makkelijk verwijderbaar is.
2. Materiaal als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdelen b en c, dat ontstaat op slachterijen, wordt tot het moment waarop dit materiaal wordt opgehaald bewaard overeenkomstig de in het derde lid genoemde voorschriften, tenzij het materiaal op dezelfde dag waarop het is ontstaan, wordt opgehaald.
3. Onverminderd het tweede lid, draagt de aangifteplichtige er zorg voor dat, wanneer het materiaal, bedoeld in artikel 2, tweede lid, eens per week wordt opgehaald:
a. materiaal als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, tot het moment waarop dit materiaal wordt opgehaald, wordt bewaard bij een omgevingstemperatuur van ten hoogste 10 °C;
b. materiaal als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, tot het moment waarop dit materiaal wordt opgehaald, wordt bewaard bij een inwendige temperatuur van ten hoogste 15 °C;
c. materiaal als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, tot het moment waarop dit materiaal wordt opgehaald, wordt bewaard bij een omgevingstemperatuur van ten hoogste 10 °C of een inwendige temperatuur van ten hoogste 15 °C.
a. op een zodanige manier wordt bewaard dat het materiaal niet vrij toegankelijk is voor anderen dan de aangifteplichtige en het verwerkingsbedrijf dat het materiaal ophaalt;
b. voor zover het kadavers betreft, dat materiaal op een zodanig manier is afgedekt dat het is onttrokken aan het oog van passanten en niet vrij toegankelijk is voor vogels, knaagdieren, honden en katten en de afdekking door het verwerkingsbedrijf dat het materiaal ophaalt makkelijk verwijderbaar is.
2. Materiaal als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdelen b en c, dat ontstaat op slachterijen, wordt tot het moment waarop dit materiaal wordt opgehaald bewaard overeenkomstig de in het derde lid genoemde voorschriften, tenzij het materiaal op dezelfde dag waarop het is ontstaan, wordt opgehaald.
3. Onverminderd het tweede lid, draagt de aangifteplichtige er zorg voor dat, wanneer het materiaal, bedoeld in artikel 2, tweede lid, eens per week wordt opgehaald:
a. materiaal als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, tot het moment waarop dit materiaal wordt opgehaald, wordt bewaard bij een omgevingstemperatuur van ten hoogste 10 °C;
b. materiaal als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, tot het moment waarop dit materiaal wordt opgehaald, wordt bewaard bij een inwendige temperatuur van ten hoogste 15 °C;
c. materiaal als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, tot het moment waarop dit materiaal wordt opgehaald, wordt bewaard bij een omgevingstemperatuur van ten hoogste 10 °C of een inwendige temperatuur van ten hoogste 15 °C.