BWBR0018683
Geldig vanaf 2005-09-05
Artikel 4
Regeling Cultuur en School voor de Bve-sector 2005–2006
1. De minister kan op aanvraag van een aanvrager voor het jaar 2005 subsidie verlenen voor een uit te voeren project, gericht op de doelstelling, genoemd in artikel 2.
2. Een aanvraag voor subsidie wordt vóór 1 oktober 2005 schriftelijk ingediend bij Cultuurnetwerk Nederland.
3. De subsidie voor een project bedraagt, onverminderd het vierde lid, ten hoogste € 50.000,–.
4. Het projectvoorstel voldoet aan de volgende eisen:
a. er is een volledig ingevuld en door de aanvrager ondertekend aanvraagformulier;
b. de projectuitvoering is duidelijk en concreet beschreven, met inbegrip van de looptijd van het project;
c. het bevat een omschrijving van de doelgroep;
d. de voorgestelde opbrengst van het project is duidelijk en concreet, ook in kwantitatieve termen, beschreven en controleerbaar;
e. het bevat een duidelijk uitgewerkte begroting, waarin tevens inzichtelijk wordt gemaakt de hoogte van de opslag voor algemene kosten van het project;
f. het bevat een beschrijving van de wijze waarop de publieke beschikbaarheid en verspreiding van de opbrengst van het project tot stand komen.
5. De in het vierde lid vermelde onderwerpen zijn evenwichtig en op een duidelijke en heldere wijze in het projectvoorstel uitgewerkt en onderling afgestemd.
2. Een aanvraag voor subsidie wordt vóór 1 oktober 2005 schriftelijk ingediend bij Cultuurnetwerk Nederland.
3. De subsidie voor een project bedraagt, onverminderd het vierde lid, ten hoogste € 50.000,–.
4. Het projectvoorstel voldoet aan de volgende eisen:
a. er is een volledig ingevuld en door de aanvrager ondertekend aanvraagformulier;
b. de projectuitvoering is duidelijk en concreet beschreven, met inbegrip van de looptijd van het project;
c. het bevat een omschrijving van de doelgroep;
d. de voorgestelde opbrengst van het project is duidelijk en concreet, ook in kwantitatieve termen, beschreven en controleerbaar;
e. het bevat een duidelijk uitgewerkte begroting, waarin tevens inzichtelijk wordt gemaakt de hoogte van de opslag voor algemene kosten van het project;
f. het bevat een beschrijving van de wijze waarop de publieke beschikbaarheid en verspreiding van de opbrengst van het project tot stand komen.
5. De in het vierde lid vermelde onderwerpen zijn evenwichtig en op een duidelijke en heldere wijze in het projectvoorstel uitgewerkt en onderling afgestemd.