BWBR0018680
Geldig vanaf 2018-12-06
Artikel 7
Besluit ontheffingverlening exceptioneel vervoer
1. Aan het overleg, bedoeld in artikel 149a, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994, over de uitvoering van de artikelen 149aen 149b van die wetnemen deel:
a. twee vertegenwoordigers van de Dienst Wegverkeer, van wie er een optreedt als voorzitter;
b. twee vertegenwoordigers van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu;
c. één vertegenwoordiger van de politie;
d. één vertegenwoordiger van het openbaar ministerie;
e. ten minste vier vertegenwoordigers van door Onze Minister aangewezen wegbeheerders of representatieve organisaties daarvan;
f. ten minste vier vertegenwoordigers van door Onze Minister aangewezen representatieve organisaties van de betrokken branches van het bedrijfsleven;
g. ten minste één vertegenwoordiger van door Onze Minister aangewezen representatieve organisaties van transportbegeleiders.
2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot het overleg, bedoeld in het eerste lid.
a. twee vertegenwoordigers van de Dienst Wegverkeer, van wie er een optreedt als voorzitter;
b. twee vertegenwoordigers van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu;
c. één vertegenwoordiger van de politie;
d. één vertegenwoordiger van het openbaar ministerie;
e. ten minste vier vertegenwoordigers van door Onze Minister aangewezen wegbeheerders of representatieve organisaties daarvan;
f. ten minste vier vertegenwoordigers van door Onze Minister aangewezen representatieve organisaties van de betrokken branches van het bedrijfsleven;
g. ten minste één vertegenwoordiger van door Onze Minister aangewezen representatieve organisaties van transportbegeleiders.
2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot het overleg, bedoeld in het eerste lid.