Artikel 1
1. De stichtingen verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van de Wet op de jeugdzorgaan gedeputeerde staten van de betrokken provincie en de betrokken zorgverzekeraars volgens een daartoe opgesteld informatieprotocol.
2. De raad voor de kinderbescherming verstrekt de gegevens, bedoeld in artikel 44, tweede lid, van de Wet op de jeugdzorgaan gedeputeerde staten van de betrokken provincie volgens een daartoe opgesteld informatieprotocol.
3. De rechtspersoon die is aanvaard door Onze Minister van Justitie ten behoeve van de uitoefening van de taken, bedoeld in artikel 254, tweede lid, of artikel 302, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, verstrekt ten behoeve van de verwerking, bedoeld in artikel 42, eerste en tweede lid, van de Wet op de jeugdzorggegevens aan Onze Minister van Justitie volgens een daartoe opgesteld informatieprotocol.
4. Gedeputeerde staten van de betrokken provincie verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 44, derde lid, van de Wet op de jeugdzorgaan Onze Ministers volgens een daartoe opgesteld informatieprotocol.
2. De raad voor de kinderbescherming verstrekt de gegevens, bedoeld in artikel 44, tweede lid, van de Wet op de jeugdzorgaan gedeputeerde staten van de betrokken provincie volgens een daartoe opgesteld informatieprotocol.
3. De rechtspersoon die is aanvaard door Onze Minister van Justitie ten behoeve van de uitoefening van de taken, bedoeld in artikel 254, tweede lid, of artikel 302, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, verstrekt ten behoeve van de verwerking, bedoeld in artikel 42, eerste en tweede lid, van de Wet op de jeugdzorggegevens aan Onze Minister van Justitie volgens een daartoe opgesteld informatieprotocol.
4. Gedeputeerde staten van de betrokken provincie verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 44, derde lid, van de Wet op de jeugdzorgaan Onze Ministers volgens een daartoe opgesteld informatieprotocol.