BWBR0018583
Geldig vanaf 2005-07-30
Artikel 3
Regeling facilitering versterking bestuur en management 2005 - 2006
1. Een bevoegd gezag ontvangt voor elke school subsidie waarvan de hoogte als volgt wordt berekend:
a. voor basisscholen bestaat de subsidie uit de som van: € 2.669,57 per school en € 25,66 per leerling;
b. voor speciale scholen voor basisonderwijs bestaat de subsidie uit de som van: € 3.470,01 per school en € 40,57 per leerling;
c. Voor scholen en instellingen voor (voortgezet) speciaal onderwijs bestaat de subsidie uit de som van: € 1968,43 per school en € 21,55 per leerling.
2. Voor elke basisschool met minder dan 145 leerlingen ontvangt het bevoegd gezag in aanvulling op het op grond van het eerste lid bedoelde bedrag een kleine scholentoeslag die wordt berekend door van het bedrag van € 5728,95 een bedrag af te trekken ter hoogte van het aantal leerlingen vermenigvuldigd met € 39,51.
3. Het aantal leerlingen bedoeld in dit artikel wordt gebaseerd op de leerlingtelling van 1-10-2004, danwel, indien sprake is van een nieuwe school 1-10-2005. Bij de berekening van de subsidie wordt uitgegaan van de gegevens die door het bevoegd gezag worden geleverd. Indien het door de accountant geconstateerde leerlingaantal daarvan afwijkt, vindt achteraf een herberekening plaats. Bij de vaststelling van het aantal leerlingen ten behoeve van de berekening worden leerlingen op residentiële plaatsen niet meegeteld en wordt het aantal toegekende residentiële plaatsen geteld als leerling.
4. De subsidie wordt per school rekenkundig en op hele euro’s afgerond.
a. voor basisscholen bestaat de subsidie uit de som van: € 2.669,57 per school en € 25,66 per leerling;
b. voor speciale scholen voor basisonderwijs bestaat de subsidie uit de som van: € 3.470,01 per school en € 40,57 per leerling;
c. Voor scholen en instellingen voor (voortgezet) speciaal onderwijs bestaat de subsidie uit de som van: € 1968,43 per school en € 21,55 per leerling.
2. Voor elke basisschool met minder dan 145 leerlingen ontvangt het bevoegd gezag in aanvulling op het op grond van het eerste lid bedoelde bedrag een kleine scholentoeslag die wordt berekend door van het bedrag van € 5728,95 een bedrag af te trekken ter hoogte van het aantal leerlingen vermenigvuldigd met € 39,51.
3. Het aantal leerlingen bedoeld in dit artikel wordt gebaseerd op de leerlingtelling van 1-10-2004, danwel, indien sprake is van een nieuwe school 1-10-2005. Bij de berekening van de subsidie wordt uitgegaan van de gegevens die door het bevoegd gezag worden geleverd. Indien het door de accountant geconstateerde leerlingaantal daarvan afwijkt, vindt achteraf een herberekening plaats. Bij de vaststelling van het aantal leerlingen ten behoeve van de berekening worden leerlingen op residentiële plaatsen niet meegeteld en wordt het aantal toegekende residentiële plaatsen geteld als leerling.
4. De subsidie wordt per school rekenkundig en op hele euro’s afgerond.