BWBR0018544
Geldig vanaf 2005-07-20
Artikel 2
Regeling tachograafkaarten
1. Als document, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van verordening (EU) nr. 165/2014 wordt beschouwd een geldig rijbewijs voor het besturen van een voertuig als bedoeld in artikel 2.3:1 onder a en b, van het Arbeidstijdenbesluit vervoer.
2. Een bedrijfskaart wordt op aanvraag verleend indien de aanvrager is ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 1996, tot een maximum van 62 exemplaren per aanvrager.
3. Een werkplaatskaart wordt op aanvraag verleend indien de aanvrager:
a. een geldige bevoegdheidspas als bedoeld in artikel 1:1, tweede lid, van de Regeling tachografen overlegt;
b. onder gezag of in de hoedanigheid van een erkenninghouder als bedoeld in artikel 1:1, tweede lid, van de Regeling tachografen, werkzaamheden verricht, of
c. nog geen houder is van een werkplaatskaart, tenzij het een aanvraag betreft: 1°. overeenkomstig artikel 5, eerste lid;
2°. van een werkplaatskaart ten behoeve van werkzaamheden onder gezag van een andere erkenninghouder dan degene onder wiens gezag de aanvrager reeds een kaart bezit;
3°. van een werkplaatskaart ten behoeve van werkzaamheden in de hoedanigheid van erkenninghouder en de aanvrager in die hoedanigheid niet reeds houder is van een op zijn naam gestelde werkplaatskaart;
4°. om vernieuwing van de werkplaatskaart.
1°. overeenkomstig artikel 5, eerste lid;
2°. van een werkplaatskaart ten behoeve van werkzaamheden onder gezag van een andere erkenninghouder dan degene onder wiens gezag de aanvrager reeds een kaart bezit;
3°. van een werkplaatskaart ten behoeve van werkzaamheden in de hoedanigheid van erkenninghouder en de aanvrager in die hoedanigheid niet reeds houder is van een op zijn naam gestelde werkplaatskaart;
4°. om vernieuwing van de werkplaatskaart.
4. Bij de aanvraag van een bestuurderskaart of werkplaatskaart overlegt de aanvrager een niet beschadigde, recente, goed gelijkende pasfoto van de aanvrager die voldoet aan alle acceptatiecriteria, opgenomen in de bij de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 behorende fotomatrix.
2. Een bedrijfskaart wordt op aanvraag verleend indien de aanvrager is ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 1996, tot een maximum van 62 exemplaren per aanvrager.
3. Een werkplaatskaart wordt op aanvraag verleend indien de aanvrager:
a. een geldige bevoegdheidspas als bedoeld in artikel 1:1, tweede lid, van de Regeling tachografen overlegt;
b. onder gezag of in de hoedanigheid van een erkenninghouder als bedoeld in artikel 1:1, tweede lid, van de Regeling tachografen, werkzaamheden verricht, of
c. nog geen houder is van een werkplaatskaart, tenzij het een aanvraag betreft: 1°. overeenkomstig artikel 5, eerste lid;
2°. van een werkplaatskaart ten behoeve van werkzaamheden onder gezag van een andere erkenninghouder dan degene onder wiens gezag de aanvrager reeds een kaart bezit;
3°. van een werkplaatskaart ten behoeve van werkzaamheden in de hoedanigheid van erkenninghouder en de aanvrager in die hoedanigheid niet reeds houder is van een op zijn naam gestelde werkplaatskaart;
4°. om vernieuwing van de werkplaatskaart.
1°. overeenkomstig artikel 5, eerste lid;
2°. van een werkplaatskaart ten behoeve van werkzaamheden onder gezag van een andere erkenninghouder dan degene onder wiens gezag de aanvrager reeds een kaart bezit;
3°. van een werkplaatskaart ten behoeve van werkzaamheden in de hoedanigheid van erkenninghouder en de aanvrager in die hoedanigheid niet reeds houder is van een op zijn naam gestelde werkplaatskaart;
4°. om vernieuwing van de werkplaatskaart.
4. Bij de aanvraag van een bestuurderskaart of werkplaatskaart overlegt de aanvrager een niet beschadigde, recente, goed gelijkende pasfoto van de aanvrager die voldoet aan alle acceptatiecriteria, opgenomen in de bij de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 behorende fotomatrix.