BWBR0018539
Geldig vanaf 2005-07-13
Artikel 3
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar milieuopsporingsambtenaar in dienst van de Dienst Milieu en Bouwtoezicht van de gemeente Amsterdam 2005
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van feiten, strafbaar gesteld bij of krachtens:
a. De in artikel 1a van de Wet op de economische delicten (WED) genoemde wetten alsmede de artikelen 26, 33 en 34 van de WED;
b. Wet op de Ruimtelijke Ordening en de Woningwet; De Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden;
c. artikelen 173, 173a, 173b, 174, 175, 179, 180, 181, 182, 184, 185, 198, 199, 225, 435, onder ten vierde en 461 van het Wetboek van Strafrecht; Artikel 8a van de Politiewet 1993 en artikel 447e van het Wetboek van Strafrecht;
d. verordeningen en of Keuren voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen;
e. andere strafbare feiten, indien en voor zover de buitengewoon opsporingsambtenaar daarmee in een concreet opsporingsonderzoek is belast, voor de duur van dat onderzoek;
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de gemeente Amsterdam.
a. De in artikel 1a van de Wet op de economische delicten (WED) genoemde wetten alsmede de artikelen 26, 33 en 34 van de WED;
b. Wet op de Ruimtelijke Ordening en de Woningwet; De Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden;
c. artikelen 173, 173a, 173b, 174, 175, 179, 180, 181, 182, 184, 185, 198, 199, 225, 435, onder ten vierde en 461 van het Wetboek van Strafrecht; Artikel 8a van de Politiewet 1993 en artikel 447e van het Wetboek van Strafrecht;
d. verordeningen en of Keuren voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen;
e. andere strafbare feiten, indien en voor zover de buitengewoon opsporingsambtenaar daarmee in een concreet opsporingsonderzoek is belast, voor de duur van dat onderzoek;
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de gemeente Amsterdam.