BWBR0018512
Geldig vanaf 2005-08-01
Artikel 3
Regeling bekostiging ondersteuning onderwijs aan zieke leerlingen in het tijdvak van 1 augustus 2005 tot 1 augustus 2006
1. De hoogte van de specifieke uitkering voor de gemeente wordt, tenzij er sprake is van de situatie bedoeld in het tweede en derde lid, bepaald op basis van aantal leerlingen dat op 1 oktober 1996 op de scholen bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentraen de Wet op het voortgezet onderwijs, stond ingeschreven vermeerderd met het aantal leerlingen dat op 1 oktober 1996 op de beroepsopleiding van een instelling als bedoeld in de Wet educatie beroepsopleidingstond ingeschreven en bij de start van voornoemde opleiding volledig leerplichtig was in elke gemeente en een bedrag per leerling. Het bedrag voor het tijdvak van 1 januari 2006 tot 1 augustus 2006 wordt voor 1 december 2005 aan de gemeenten bekendgemaakt.
2. Indien het aantal leerlingen in een gemeente in het kalenderjaar 2004 is veranderd of verandert als gevolg van een wijziging van de grenzen van de desbetreffende gemeente, kan de minister bij de berekening bedoeld in het eerste lid voor het tijdvak van 1 augustus 2005 tot 1 januari 2006 uitgaan van het aantal leerlingen op 1 januari 2005. Indien het aantal leerlingen in een gemeente in het kalenderjaar 2005 is veranderd of verandert als gevolg van een wijziging van de grenzen van de desbetreffende gemeente, kan de minister bij de berekening bedoeld in het eerste lid voor het tijdvak van 1 januari 2006 tot 1 augustus 2006 uitgaan van het aantal leerlingen op 1 januari 2006.
3. Indien het aantal leerlingen in een gemeente anders dan door een wijziging van de grenzen van die gemeente, op 1 oktober 2003 is gestegen met 5%, wordt het aantal leerlingen boven dit percentage voor het tijdvak van 1 augustus 2005 tot 1 januari 2006 meegeteld als leerling. Indien het aantal leerlingen in een gemeente, anders dan door een wijziging van de grenzen van die gemeente, op 1 oktober 2004 is gestegen met een door de minister vast te stellen percentage, wordt het aantal leerlingen boven dat percentage voor het tijdvak van 1 januari 2006 tot 1 augustus 2006 meegeteld als leerling.
2. Indien het aantal leerlingen in een gemeente in het kalenderjaar 2004 is veranderd of verandert als gevolg van een wijziging van de grenzen van de desbetreffende gemeente, kan de minister bij de berekening bedoeld in het eerste lid voor het tijdvak van 1 augustus 2005 tot 1 januari 2006 uitgaan van het aantal leerlingen op 1 januari 2005. Indien het aantal leerlingen in een gemeente in het kalenderjaar 2005 is veranderd of verandert als gevolg van een wijziging van de grenzen van de desbetreffende gemeente, kan de minister bij de berekening bedoeld in het eerste lid voor het tijdvak van 1 januari 2006 tot 1 augustus 2006 uitgaan van het aantal leerlingen op 1 januari 2006.
3. Indien het aantal leerlingen in een gemeente anders dan door een wijziging van de grenzen van die gemeente, op 1 oktober 2003 is gestegen met 5%, wordt het aantal leerlingen boven dit percentage voor het tijdvak van 1 augustus 2005 tot 1 januari 2006 meegeteld als leerling. Indien het aantal leerlingen in een gemeente, anders dan door een wijziging van de grenzen van die gemeente, op 1 oktober 2004 is gestegen met een door de minister vast te stellen percentage, wordt het aantal leerlingen boven dat percentage voor het tijdvak van 1 januari 2006 tot 1 augustus 2006 meegeteld als leerling.