BWBR0018457
Geldig vanaf 2005-07-07
Artikel 3
Regeling adviescommissies OCW bezwaarschriften Awb
1. De commissie bestaat uit:
a. een voorzitter en een of meer plaatsvervangend voorzitters;
b. een of meer leden van wie uit hoofde van hun kennis van het terrein van onderwijs, cultuur en wetenschap of anderszins een bijdrage aan de werkzaamheden van de commissie kan worden verwacht;
c. een of meer ambtelijke leden.
2. De minister benoemt de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter(s) en de leden, bedoeld in het eerste lid, onder b.
3. De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter(s) en de leden, bedoeld in het eerste lid, onder b, maken geen deel uit van het ministerie en zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van de minister.
4. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter(s) bezitten de hoedanigheid van meester in de rechten.
5. De leden, bedoeld in het eerste lid, onder c, worden door de secretaris-generaal van het ministerie aangewezen.
a. een voorzitter en een of meer plaatsvervangend voorzitters;
b. een of meer leden van wie uit hoofde van hun kennis van het terrein van onderwijs, cultuur en wetenschap of anderszins een bijdrage aan de werkzaamheden van de commissie kan worden verwacht;
c. een of meer ambtelijke leden.
2. De minister benoemt de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter(s) en de leden, bedoeld in het eerste lid, onder b.
3. De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter(s) en de leden, bedoeld in het eerste lid, onder b, maken geen deel uit van het ministerie en zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van de minister.
4. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter(s) bezitten de hoedanigheid van meester in de rechten.
5. De leden, bedoeld in het eerste lid, onder c, worden door de secretaris-generaal van het ministerie aangewezen.