BWBR0018450
Geldig vanaf 2011-03-15
Artikel 37
Zorgverzekeringswet
1. De zorgverzekeraar zendt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar twee exemplaren van zijn jaarrekening en van zijn jaarverslag aan de zorgautoriteit.
2. Een zorgverzekeraar die <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/403" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 403 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>toepast, zendt de jaarrekening, het jaarverslag en de geconsolideerde jaarrekening onverwijld na de neerlegging van het jaarverslag en de geconsolideerde jaarrekening ten kantore van het handelsregister, in tweevoud aan de zorgautoriteit.
3. De zorgverzekeraar voegt bij de stukken, bedoeld in het eerste of tweede lid, twee afschriften van de accountantsverklaring die hij op grond van het Burgerlijk Wetboek of de <a href="/wet/BWBR0020368" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op het financieel toezicht</a>over deze stukken dient te laten opstellen.
4. De zorgautoriteit zendt het CAK en het Zorginstituut onverwijld één exemplaar van de in het eerste tot en met derde lid bedoelde stukken.
2. Een zorgverzekeraar die <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/403" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 403 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>toepast, zendt de jaarrekening, het jaarverslag en de geconsolideerde jaarrekening onverwijld na de neerlegging van het jaarverslag en de geconsolideerde jaarrekening ten kantore van het handelsregister, in tweevoud aan de zorgautoriteit.
3. De zorgverzekeraar voegt bij de stukken, bedoeld in het eerste of tweede lid, twee afschriften van de accountantsverklaring die hij op grond van het Burgerlijk Wetboek of de <a href="/wet/BWBR0020368" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op het financieel toezicht</a>over deze stukken dient te laten opstellen.
4. De zorgautoriteit zendt het CAK en het Zorginstituut onverwijld één exemplaar van de in het eerste tot en met derde lid bedoelde stukken.