BWBR0018444
Geldig vanaf 2005-07-01
Artikel 3
Besluit opslagcapaciteit dierlijke meststoffen Meststoffenwet
1. De capaciteit van de opslagruimte voor dierlijke meststoffen kan kleiner zijn dan de ingevolge artikel 2vereiste capaciteit, voor zover de producent van dierlijke meststoffen kan aantonen dat:
a. de overeenkomstig artikel 2, tweede en derde lid, berekende hoeveelheid dierlijke meststoffen die wordt geproduceerd boven de werkelijke opslagcapaciteit op een voor het milieu onschadelijke wijze van het bedrijf zal worden verwijderd,
b. de overeenkomstig artikel 2, tweede en derde lid, berekende hoeveelheid dierlijke meststoffen die wordt geproduceerd boven de werkelijke opslagcapaciteit zal worden gebruikt op tot het bedrijf behorend bouwland of braakland waarvoor het in artikel 4 van het Besluit gebruik meststoffen gestelde verbod niet geldt,
c. het aantal dieren dat in de periode van september tot en met februari feitelijk in de tot het bedrijf behorende stallen kan worden gehouden kleiner is dan op grond van de vergunning, bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer, is toegestaan, of
d. in de periode van september tot en met februari stelselmatig minder dieren worden gehouden in de tot het bedrijf behorende stallen.
2. Het eerste lid, aanhef en onderdeel b, geldt niet voor de hoeveelheid dierlijke meststoffen die in februari wordt geproduceerd.
a. de overeenkomstig artikel 2, tweede en derde lid, berekende hoeveelheid dierlijke meststoffen die wordt geproduceerd boven de werkelijke opslagcapaciteit op een voor het milieu onschadelijke wijze van het bedrijf zal worden verwijderd,
b. de overeenkomstig artikel 2, tweede en derde lid, berekende hoeveelheid dierlijke meststoffen die wordt geproduceerd boven de werkelijke opslagcapaciteit zal worden gebruikt op tot het bedrijf behorend bouwland of braakland waarvoor het in artikel 4 van het Besluit gebruik meststoffen gestelde verbod niet geldt,
c. het aantal dieren dat in de periode van september tot en met februari feitelijk in de tot het bedrijf behorende stallen kan worden gehouden kleiner is dan op grond van de vergunning, bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer, is toegestaan, of
d. in de periode van september tot en met februari stelselmatig minder dieren worden gehouden in de tot het bedrijf behorende stallen.
2. Het eerste lid, aanhef en onderdeel b, geldt niet voor de hoeveelheid dierlijke meststoffen die in februari wordt geproduceerd.