BWBR0018406
Geldig vanaf 2005-06-25
Artikel 9
Regeling taken en werkwijze Raad voor Vastgoed Rijksoverheid
1. De RVR waarborgt dat grondtransacties (aan- en verkoop) waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat deze vanwege hun aard, locatie of omvang de belangen van het Rijk als geheel, dan wel van meer dan één dienst raken, tussen de diensten worden afgestemd. De RVR stelt daartoe een zodanige werkwijze vast dat slagvaardig handelen van de diensten eveneens is gewaarborgd.
2. De RVR of de regio-RVR worden in elk geval gehoord over voornemens van de diensten tot:
a. vaststelling of wijziging van beleid op het gebied van aankoop, verkoop en daarmee verband houdend beheer van grond;
b. investering in informatiesystemen voor zover deze het werkgebied van de RVR raken;
c. samenwerking met andere organisaties binnen en buiten de overheid op het werkterrein van de RVR.
3. Elk lid van de RVR of de regio-RVR kan verzoeken een voornemen verband houdende met het operationeel vastgoedbeleid van een dienst tot onderwerp van verplichte afstemming in de RVR of de regio-RVR te maken.
4. Indien de RVR geen gehoor geeft aan een verzoek als bedoeld in het derde lid, brengt de voorzitter van de RVR dit schriftelijk ter kennis van de bewindspersonen. De bewindspersonen nemen terzake een bindend besluit.
5. Indien de regio-RVR geen gehoor geeft aan een verzoek als bedoeld in het derde lid, brengt de voorzitter van de betreffende regio-RVR dit schriftelijk ter kennis van de RVR. De RVR neemt terzake een bindend besluit.
2. De RVR of de regio-RVR worden in elk geval gehoord over voornemens van de diensten tot:
a. vaststelling of wijziging van beleid op het gebied van aankoop, verkoop en daarmee verband houdend beheer van grond;
b. investering in informatiesystemen voor zover deze het werkgebied van de RVR raken;
c. samenwerking met andere organisaties binnen en buiten de overheid op het werkterrein van de RVR.
3. Elk lid van de RVR of de regio-RVR kan verzoeken een voornemen verband houdende met het operationeel vastgoedbeleid van een dienst tot onderwerp van verplichte afstemming in de RVR of de regio-RVR te maken.
4. Indien de RVR geen gehoor geeft aan een verzoek als bedoeld in het derde lid, brengt de voorzitter van de RVR dit schriftelijk ter kennis van de bewindspersonen. De bewindspersonen nemen terzake een bindend besluit.
5. Indien de regio-RVR geen gehoor geeft aan een verzoek als bedoeld in het derde lid, brengt de voorzitter van de betreffende regio-RVR dit schriftelijk ter kennis van de RVR. De RVR neemt terzake een bindend besluit.