BWBR0018297
Geldig vanaf 2005-07-01
Artikel 2
Besluit vaststelling tijdelijke rechtspositionele voorzieningen sociaal flankerend beleid voor rechterlijke ambtenaren bij reorganisaties
1. Ten aanzien van de bij een gerecht werkzame rechterlijke ambtenaren worden de bevoegdheden op grond van dit besluit uitgeoefend door het gerechtsbestuur, tenzij anders is bepaald.
2. Ten aanzien van de bij een parket werkzame rechterlijke ambtenaren worden de bevoegdheden op grond van dit besluit uitgeoefend door Onze Minister, tenzij anders is bepaald.
3. De bevoegdheden, bedoeld in het tweede lid, worden niet uitgeoefend dan nadat advies is ingewonnen bij de functionele autoriteit.
2. Ten aanzien van de bij een parket werkzame rechterlijke ambtenaren worden de bevoegdheden op grond van dit besluit uitgeoefend door Onze Minister, tenzij anders is bepaald.
3. De bevoegdheden, bedoeld in het tweede lid, worden niet uitgeoefend dan nadat advies is ingewonnen bij de functionele autoriteit.