Artikel 1
In deze wet wordt verstaan onder:
a. wet: de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
b. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
c. instelling: een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de wet;
d. instellingsbestuur: het instellingsbestuur, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel j, van de wet;
e. opleiding: een bachelor- of masteropleiding als bedoeld in artikel 7.3 van de wet;
f. voltijdse, duale of deeltijdse opleiding: een opleiding die onderscheidenlijk voltijds, duaal of deeltijds is ingericht;
g. experimenteel programma: een programma binnen een bacheloropleiding als bedoeld in artikel 5;
h. studiejaar: het tijdvak dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende jaar;
i. onderwijs- en examenregeling: de onderwijs- en examenregeling, bedoeld in artikel 7.13 van de wet.
a. wet: de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
b. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
c. instelling: een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de wet;
d. instellingsbestuur: het instellingsbestuur, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel j, van de wet;
e. opleiding: een bachelor- of masteropleiding als bedoeld in artikel 7.3 van de wet;
f. voltijdse, duale of deeltijdse opleiding: een opleiding die onderscheidenlijk voltijds, duaal of deeltijds is ingericht;
g. experimenteel programma: een programma binnen een bacheloropleiding als bedoeld in artikel 5;
h. studiejaar: het tijdvak dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende jaar;
i. onderwijs- en examenregeling: de onderwijs- en examenregeling, bedoeld in artikel 7.13 van de wet.