BWBR0018194
Geldig vanaf 2005-04-30
Artikel 3
Vaststellingsbesluit beleidsregel kortingen universitair medische centra, algemene ziekenhuizen en categorale ziekenhuizen vanaf 2005
1. Voor de algemene ziekenhuizen en categorale ziekenhuizen gelden de volgende kortingsbedragen:
a. voor 2005 een kortingsbedrag van € 90,8 mln. (prijspeil 2004)
b. voor 2006 een kortingsbedrag van € 195,4 mln. (prijspeil 2004)
c. vanaf 2007 structureel een kortingsbedrag van € 190,8 mln. (prijspeil 2004)
2. Voor de toedeling van onder lid 1 vermelde kortingsbedragen naar de individuele instellingen wordt het aandeel van de individuele instelling in het macrobudget 2003, peildatum juni 2004, geschoond voor kapitaallasten en loonkosten medisch specialisten/agio’s, gebruikt.
3. Bij de algemene ziekenhuizen en de instellingen voor revalidatie wordt het kortingsbedrag per individuele instelling verhoogd of verlaagd op basis van een indicator die als maatstaf voor doelmatigheid wordt vastgesteld. Voor algemene ziekenhuizen is die indicator voor 2005 de feitelijke verpleegduur gedeeld door de verwachte ligduur gebaseerd op de klinische opnamen, waarbij tevens rekening is gehouden met dagopnamen en potentiële dagopnamen.
Voor de instellingen voor revalidatie is de indicator voor 2005 gebaseerd op geproduceerde RBU’s, calculatorische plaatsen, verpleegdagen en calculatorische bedden.
a. voor 2005 een kortingsbedrag van € 90,8 mln. (prijspeil 2004)
b. voor 2006 een kortingsbedrag van € 195,4 mln. (prijspeil 2004)
c. vanaf 2007 structureel een kortingsbedrag van € 190,8 mln. (prijspeil 2004)
2. Voor de toedeling van onder lid 1 vermelde kortingsbedragen naar de individuele instellingen wordt het aandeel van de individuele instelling in het macrobudget 2003, peildatum juni 2004, geschoond voor kapitaallasten en loonkosten medisch specialisten/agio’s, gebruikt.
3. Bij de algemene ziekenhuizen en de instellingen voor revalidatie wordt het kortingsbedrag per individuele instelling verhoogd of verlaagd op basis van een indicator die als maatstaf voor doelmatigheid wordt vastgesteld. Voor algemene ziekenhuizen is die indicator voor 2005 de feitelijke verpleegduur gedeeld door de verwachte ligduur gebaseerd op de klinische opnamen, waarbij tevens rekening is gehouden met dagopnamen en potentiële dagopnamen.
Voor de instellingen voor revalidatie is de indicator voor 2005 gebaseerd op geproduceerde RBU’s, calculatorische plaatsen, verpleegdagen en calculatorische bedden.