BWBR0018171
Geldig vanaf 2005-04-15
Artikel 3
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar divisie Scheepvaart 2004
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de feiten strafbaar gesteld bij of krachtens
a. de Schepenwet, de Scheepvaartverkeerswet, de Arbeidstijdenwet, voor zover het arbeid als bedoeld in hoofdstuk 6 (zeevaart) van het Arbeidstijdenbesluit vervoer betreft, de Wet aansprakelijkheid olietankschepen, de Binnenschepenwet, de Wet op de gevaarlijke werktuigen, de Rijkswet noodvoorzieningen scheepvaart, de Vaarplichtwet, de Meetbrievenwet 1981, Uitvoeringswet Visserijverdrag, Wet behoud scheepsruimte 1939, de Kernenergiewet, de Arbeidsomstandighedenwet 1998, Wet voorkoming verontreiniging door schepenWet vervoer gevaarlijke stoffen;
b. andere wetten, indien en voor zover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast, voor de duur van dat onderzoek.
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van Nederland en daarbuiten voor zover de Nederlandse rechtsmacht strekt.
a. de Schepenwet, de Scheepvaartverkeerswet, de Arbeidstijdenwet, voor zover het arbeid als bedoeld in hoofdstuk 6 (zeevaart) van het Arbeidstijdenbesluit vervoer betreft, de Wet aansprakelijkheid olietankschepen, de Binnenschepenwet, de Wet op de gevaarlijke werktuigen, de Rijkswet noodvoorzieningen scheepvaart, de Vaarplichtwet, de Meetbrievenwet 1981, Uitvoeringswet Visserijverdrag, Wet behoud scheepsruimte 1939, de Kernenergiewet, de Arbeidsomstandighedenwet 1998, Wet voorkoming verontreiniging door schepenWet vervoer gevaarlijke stoffen;
b. andere wetten, indien en voor zover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast, voor de duur van dat onderzoek.
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van Nederland en daarbuiten voor zover de Nederlandse rechtsmacht strekt.