BWBR0018130
Geldig vanaf 2005-03-31
Artikel 3
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar controleurs openbare ruimte van de Dienst Stadsbeheer van de gemeente Den Haag 2005
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van feiten, strafbaar gesteld bij of krachtens:
a. De Wet op de openluchtrecreatie; de Wet openbare manifestaties, de Zondagswet; de Monumentenwet;
b. de artikelen 177, 179, 180, 184, 266, 267, 350, 351, 351bis, 424 t/m 429, 435, onder ten vierde en 461 van het Wetboek van Strafrecht;
c. de verordeningen en of Keuren voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen;
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de gemeente Den Haag.
a. De Wet op de openluchtrecreatie; de Wet openbare manifestaties, de Zondagswet; de Monumentenwet;
b. de artikelen 177, 179, 180, 184, 266, 267, 350, 351, 351bis, 424 t/m 429, 435, onder ten vierde en 461 van het Wetboek van Strafrecht;
c. de verordeningen en of Keuren voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen;
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de gemeente Den Haag.