BWBR0018100
Geldig vanaf 2005-03-19
Artikel 3
Regeling inburgering oudkomers 25 gemeenten 2005
1. De Minister verleent het gemeentebestuur een bijdrage voor het in 2005 aanbieden van trajecten aan oudkomers, indien het gemeentebestuur binnen zes weken na inwerkingtreding van deze regeling bij de Minister een aanvraag indient en de Minister deze aanvraag goedkeurt.
2. Een traject wordt slechts in aanmerking genomen bij de vaststelling van de in het eerste lid bedoelde bijdrage indien dit traject in 2005 aanvangt en uiterlijk 31 december 2006 is afgerond. Een traject wordt geacht aan te vangen op de datum waarop de in artikel 6bedoelde overeenkomst is getekend.
3. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid bevat de prognose.
4. De bijdrage, bedoeld in het eerste lid, wordt beschikbaar gesteld onder voorbehoud van autorisatie door de begrotingswetgever.
2. Een traject wordt slechts in aanmerking genomen bij de vaststelling van de in het eerste lid bedoelde bijdrage indien dit traject in 2005 aanvangt en uiterlijk 31 december 2006 is afgerond. Een traject wordt geacht aan te vangen op de datum waarop de in artikel 6bedoelde overeenkomst is getekend.
3. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid bevat de prognose.
4. De bijdrage, bedoeld in het eerste lid, wordt beschikbaar gesteld onder voorbehoud van autorisatie door de begrotingswetgever.