BWBR0018059
Geldig vanaf 2005-03-23
Artikel 5
Besluit financiering uitvoeringsorganisatie bijzondere ziektekostenverzekering AWBZ
1. Het College zorgverzekeringen stelt jaarlijks, in het kader van de verdeling van de voor het kalenderjaar krachtens artikel 3beschikbaar gestelde middelen, afzonderlijk voor ieder verbindingskantoor en voor het centraal administratiekantoor het beheerskostenbudget vast.
2. De vaststelling van het beheerskostenbudget, bedoeld in het eerste lid, geschiedt aan de hand van door het College zorgverzekeringen vast te stellen beleidsregels. Ten aanzien van die beleidsregels is artikel 4, derde lid, van overeenkomstige toepassing.
3. Het College zorgverzekeringen keert jaarlijks uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten aan de verbindingskantoren en het centraal administratiekantoor het voor hen ingevolge het eerste lid vastgestelde beheerskostenbudget.
4. Indien een verbindingskantoor of het centraal administratiekantoor op een naar het oordeel van het College toezicht onverantwoorde wijze op zijn beheerskosten bespaart, wordt de uitkering, bedoeld in het eerste lid, voor het desbetreffende kalenderjaar door het College zorgverzekeringen verlaagd met het bedrag van die besparing.
5. Een verbindingskantoor en het centraal administratiekantoor houden een reserve uitvoering AWBZaan.
6. Het saldo van baten en lasten over enig boekjaar van het verbindingskantoor voor de beheerskosten die het in of in verband met die hoedanigheid maakt, wordt toegevoegd aan, onderscheidenlijk ten laste gebracht van de in het vijfde lid bedoelde reserve. Daarbij blijven onverantwoorde uitgaven buiten beschouwing, tenzij het College toezicht anders besluit. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing voor het centraal administratiekantoor.
7. Bij het eindigen van de aanwijzing, bedoeld in artikel 16 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, zonder dat aansluitend een nieuwe aanwijzing plaatsvindt, stort de rechtspersoon een bedrag ten belope van de reserve, bedoeld in het vijfde lid, binnen vier weken in het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten.
2. De vaststelling van het beheerskostenbudget, bedoeld in het eerste lid, geschiedt aan de hand van door het College zorgverzekeringen vast te stellen beleidsregels. Ten aanzien van die beleidsregels is artikel 4, derde lid, van overeenkomstige toepassing.
3. Het College zorgverzekeringen keert jaarlijks uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten aan de verbindingskantoren en het centraal administratiekantoor het voor hen ingevolge het eerste lid vastgestelde beheerskostenbudget.
4. Indien een verbindingskantoor of het centraal administratiekantoor op een naar het oordeel van het College toezicht onverantwoorde wijze op zijn beheerskosten bespaart, wordt de uitkering, bedoeld in het eerste lid, voor het desbetreffende kalenderjaar door het College zorgverzekeringen verlaagd met het bedrag van die besparing.
5. Een verbindingskantoor en het centraal administratiekantoor houden een reserve uitvoering AWBZaan.
6. Het saldo van baten en lasten over enig boekjaar van het verbindingskantoor voor de beheerskosten die het in of in verband met die hoedanigheid maakt, wordt toegevoegd aan, onderscheidenlijk ten laste gebracht van de in het vijfde lid bedoelde reserve. Daarbij blijven onverantwoorde uitgaven buiten beschouwing, tenzij het College toezicht anders besluit. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing voor het centraal administratiekantoor.
7. Bij het eindigen van de aanwijzing, bedoeld in artikel 16 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, zonder dat aansluitend een nieuwe aanwijzing plaatsvindt, stort de rechtspersoon een bedrag ten belope van de reserve, bedoeld in het vijfde lid, binnen vier weken in het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten.