BWBR0018029
Geldig vanaf 2005-03-01
Artikel 7
Reglement Politieregister Landelijke Infiltratie
1. In aanvulling op de in artikel 6, eerste lid, genoemde gegevens worden omtrent de in artikel 5, onder a en b, genoemde categorieën van personen gegevens opgenomen betreffende hun ras voor zover dit onvermijdelijk is met het oog op hun identificatie;
2. In aanvulling op de in artikel 6, eerste lid, genoemde gegevens worden omtrent de in artikel 5, onder a en b, genoemde categorieën van personen gegevens opgenomen betreffende hun godsdienst of levensovertuiging, politieke gezindheid, seksualiteit en intiem levensgedrag voor zover dit onvermijdelijk is:
a. met het oog op de bescherming van de infiltrant;
b. voor de juiste beoordeling van een strafbaar feit en zulk een gegeven het slachtoffer of de motieven van de dader van dat feit betreft;
c. met het oog op de goede taakuitvoering.
3. In aanvulling op de in artikel 6, eerste lid, genoemde gegevens worden omtrent de in artikel 5, onder a en b, genoemde categorieën van personen gegevens opgenomen betreffende hun medische en psychologische kenmerken voor zover dit onvermijdelijk is:
a. met het oog op hun identificatie;
b. met het oog op de goede taakuitvoering;
c. voor de juiste beoordeling van een strafbaar feit en zulk een gegeven het slachtoffer of de motieven van de dader van dat feit betreft;
d. ter afwering van dreigend gevaar voor leven of gezondheid van politieambtenaren en overige bij de directe uitoefening van de politietaak betrokkenen.
2. In aanvulling op de in artikel 6, eerste lid, genoemde gegevens worden omtrent de in artikel 5, onder a en b, genoemde categorieën van personen gegevens opgenomen betreffende hun godsdienst of levensovertuiging, politieke gezindheid, seksualiteit en intiem levensgedrag voor zover dit onvermijdelijk is:
a. met het oog op de bescherming van de infiltrant;
b. voor de juiste beoordeling van een strafbaar feit en zulk een gegeven het slachtoffer of de motieven van de dader van dat feit betreft;
c. met het oog op de goede taakuitvoering.
3. In aanvulling op de in artikel 6, eerste lid, genoemde gegevens worden omtrent de in artikel 5, onder a en b, genoemde categorieën van personen gegevens opgenomen betreffende hun medische en psychologische kenmerken voor zover dit onvermijdelijk is:
a. met het oog op hun identificatie;
b. met het oog op de goede taakuitvoering;
c. voor de juiste beoordeling van een strafbaar feit en zulk een gegeven het slachtoffer of de motieven van de dader van dat feit betreft;
d. ter afwering van dreigend gevaar voor leven of gezondheid van politieambtenaren en overige bij de directe uitoefening van de politietaak betrokkenen.