BWBR0018003
Geldig vanaf 19-02-2005
Artikel 5
Regeling mandaat, volmacht en machtiging Rijksgebouwendienst 2005
1. De directeuren, stafafdelingshoofden, afdelingshoofden, plaatsvervangers van de hiervoor genoemde functionarissen en projectbevoegden zijn – met inachtneming van de artikelen 7 en 8 en met inachtneming van de per functie vastgestelde begrenzing in financieel belang als genoemd in bijlage 2 – gevolmachtigd en gemachtigd om de aan de directeur-generaal op grond van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging VROM 2005 verleende bevoegdheden uit te oefenen.
2. Bij afwezigheid van een projectbevoegde worden de aan deze toegekende bevoegdheden uitgeoefend door de functionaris onder wie de projectbevoegde rechtstreeks ressorteert.
2. Bij afwezigheid van een projectbevoegde worden de aan deze toegekende bevoegdheden uitgeoefend door de functionaris onder wie de projectbevoegde rechtstreeks ressorteert.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0018003
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl