BWBR0017992
Geldig vanaf 2005-02-20
Artikel 2
Klachtenregeling ongewenste omgangsvormen EZ
1. Bij het ministerie en de diensten van het ministerie zijn vertrouwenspersonen ongewenste omgangsvormen.
2. De minister benoemt de vertrouwenspersonen op voordracht van de directeur P&O voor het kernministerie en op voordracht van de respectieve hoofden van dienst voor hun dienst.
3. De benoeming geldt, behoudens tussentijds ontslag, voor drie jaar en kan telkens voor drie jaar worden verlengd.
2. De minister benoemt de vertrouwenspersonen op voordracht van de directeur P&O voor het kernministerie en op voordracht van de respectieve hoofden van dienst voor hun dienst.
3. De benoeming geldt, behoudens tussentijds ontslag, voor drie jaar en kan telkens voor drie jaar worden verlengd.