BWBR0017925
Geldig vanaf 2005-02-03
Artikel 7
Uitvoeringsregeling Overgangswet elektriciteitsproductiesector
1. De rechtspersoon verstrekt de minister binnen twaalf weken na het einde van elk boekjaar een opgave van de door hem verkregen opbrengsten, daaronder mede begrepen het nadelige of batige saldo van het stadsverwarmingsproject, van de bijdragen, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, en van de gemaakte, relevante kosten, met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, opgenomen als bijlage 4bij deze regeling.
2. De in het eerste lid bedoelde opgave gaat vergezeld van:
a. een door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijke wetboek, met inachtneming van het in bijlage 5 bij deze regeling opgenomen protocol, ondertekende origineel van een verklaring waarvan het model is opgenomen in dat protocol, en
b. een door een accountant als bedoeld in onderdeel a van de betrokken leverancier van stadsverwarming ondertekende verklaring omtrent het door de leverancier genoten voordeel aan niet-verschuldigde regulerende energiebelasting als bedoeld in de Wet belastingen op milieugrondslag.
3. In afwijking van het eerste lid verstrekt de rechtspersoon de minister de opgave van de door hem verkregen opbrengsten in 2001, 2002, 2003 respectievelijk 2004 voor 1 april 2005 met gebruikmaking van een formulier als bedoeld in dat lid.
2. De in het eerste lid bedoelde opgave gaat vergezeld van:
a. een door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijke wetboek, met inachtneming van het in bijlage 5 bij deze regeling opgenomen protocol, ondertekende origineel van een verklaring waarvan het model is opgenomen in dat protocol, en
b. een door een accountant als bedoeld in onderdeel a van de betrokken leverancier van stadsverwarming ondertekende verklaring omtrent het door de leverancier genoten voordeel aan niet-verschuldigde regulerende energiebelasting als bedoeld in de Wet belastingen op milieugrondslag.
3. In afwijking van het eerste lid verstrekt de rechtspersoon de minister de opgave van de door hem verkregen opbrengsten in 2001, 2002, 2003 respectievelijk 2004 voor 1 april 2005 met gebruikmaking van een formulier als bedoeld in dat lid.