BWBR0017895
Geldig vanaf 2020-01-01
Artikel 3
Regeling vrijwillige begeleiding jeugdreclassering
1. Begeleiding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, b en c, duurt tot maximaal zes maanden na ontslag van de jeugdige uit de inrichting.
2. Begeleiding als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a en b en c, eindigt op de datum van de strafzitting doch in ieder geval na een termijn van maximaal zes maanden.
3. Begeleiding als bedoeld in artikel 2, derde lid, duurt tot maximaal zes maanden na beëindiging van de taakstraf.
4. De termijn van de begeleiding, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, b en c, kan eenmaal met zes maanden worden verlengd op een daartoe gemotiveerd verzoek van de raad voor de kinderbescherming.
5. De termijn van de begeleiding, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, b en c, kan op een daartoe gemotiveerd verzoek van de raad voor de kinderbescherming worden verlengd.
2. Begeleiding als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a en b en c, eindigt op de datum van de strafzitting doch in ieder geval na een termijn van maximaal zes maanden.
3. Begeleiding als bedoeld in artikel 2, derde lid, duurt tot maximaal zes maanden na beëindiging van de taakstraf.
4. De termijn van de begeleiding, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, b en c, kan eenmaal met zes maanden worden verlengd op een daartoe gemotiveerd verzoek van de raad voor de kinderbescherming.
5. De termijn van de begeleiding, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, b en c, kan op een daartoe gemotiveerd verzoek van de raad voor de kinderbescherming worden verlengd.